elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: druilen 

druilen , [talmen] , druilen , Dit woord in zijne algemeene beteekenis van talmen, langzaam te werk gaan genoeg bekend en ook door Weiland opgegeven, wordt door de Dordsche jeugd meer bijzonder toegepast op het zachtjes voortrollen van een knikker.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
druilen , druilen , (Westend.) = wateren; zie Laurm. p. 132.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
druilen , druilen , (draaien) = ezelsbrugjes maken bij ’t zingen, soort van portamento zingen, vooral bij ’t kerkgezang. Hooft druilen = draaien, talmen; v. Dale: druilen = talmen, sluimeren.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
druilen  , droelle , druilen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
druilen , drölle , rollen (met een bal of knikkers); rollen Van d’n diek af drölle Van de dijk af rollen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
druilen , drule , werkwoord , 1. Dralen, treuzelen. | Wat bè je laat, hei je weer druuld? 2. Druilen, chagrijnig zijn. 3. Onhandig bezig zijn.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
druilen , drulen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, noord) = een beetje regenen Het druult de hiele nacht an, dat de regentonne toch haost vol worden is (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
druilen , droele , droole , werkwoord , dagdromen (Tilburg en Midden-Brabant); droole; dromen, suffen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
druilen , druile , over de grond rollen van knikkers; je mag nie druile. Bij het spel schotgooie moest je je knikker op die van een ander gooien zonder erbij te druile
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut