elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drubbel

drubbel , droebbel , puist.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
drubbel , drobbel , [drobbәl] , troepje
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
drubbel , drobl , zelfstandig naamwoord, mannelijk , drobls , droblken , hoeveelheid bij elkaar, tros
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
drubbel , drobbel , droppel, drubbel , drobbels , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook droppel (Midden-Drenthe), drubbel (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = samengedrongen groepje, kluit De vrouwlu stunden op een drobbel veur de lappieskraom (Bor), De hoesies staot op een drobbeltien (Sle), Het volk stun op een droppelie (Rol), ...op een drubbel (Schn), zie ook droppie
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drubbel , droppie , het , droppies , (Midden-Drenthe) = groepje Ze staot daor op een droppie bij mekaar (Bei), zie ook drobbel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drubbel , [groep planten] , drobbel , droebel , groepje bomen, struiken of planten.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut