elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: droogpruimer 

droogpruimer  , drüegpruimer , een in zich zelf gekeerd man.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
droogpruimer , dreugpruimer , (Gunninks woordenlijst van 1908) zie dreugproeme
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
droogpruimer , dreugproemer , zelfstandig naamwoord , de; droogpruimer, iemand die met lange tanden eet
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut