elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dras 

dras , drö̀s , (mannelijk) , [weinig gebruikelijk] drassige, lage grond.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
dras , drö̀s , (mannelijk) , drassige, lage grond; drö̀sgrond, kléverdrö̀s (klaverweide).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
dras  , draos , koffiedik.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
dras , drats , dik oaverbliefsel ván koffie (koffiedrats).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
dras , dras , koffiedik , Vruuger zat'ter in de koffie ne kwak dras, tuun was'ser nog gin koffiemesjien. Vroeger zat er in de koffie wat koffiedik, toen was er nog geen koffiezètapparaat.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
dras , drats , 1. drek; 2. modder
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
dras , dras , drats , zelfstandig naamwoord , koffiedik (Helmond en Peelland; Eindhoven en Kempenland); drats; drek, prut (Land van Cuijk); drats; koffiedik (Den Bosch en Meierij); drats; slappe koffie (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
dras , [koffiedrab] , dras , (mannelijk) , koffiedrab
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
dras , dras , zelfstandig naamwoord , WBD III.2.3:276 'dras', 'koffiedras', 'koffiedrats' = koffiedik; WBD III.2.3:267 'dras' = droesem; III.4.44:236 'drassig' = troebel
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut