elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dorpel 

dorpel , dorpel , voor drempel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
dorpel , dürpel , (mannelijk) , dorpel.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
dorpel , dürpel , dorpel.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
dorpel , druppel , drumpel , bij Weil. drempel, dorpel, drumpel; bij v. Dale drempel, dorpel; Kil. dorpel, deurpel; Friesch drompel, Oostfriesch drüppel, Oud-Friesch dreple, dorpel, drompel, doorpeal; dore = deur, alzoo druppel door metathese = deurpaal. Zegswijs: hij mag nijt over mien deur of druppel komen = ’k wil hōm nijt over mien deur of druppel wijten = ik duld hem niet in mijn huis. Oostfriesch hê dürd mî nêt afer dör of drüppel kamen. Middel-Nederlandsch dreppel = drempel.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
dorpel  , dölper , dolper.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
dorpel , dölleper , m , dorpel
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
dorpel , dörrepel , m , drempel Héj droeg hùr ôver d’n dörrepel Hij droeg haar naar binnen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
dorpel , döllepert , m , brokkenmaker
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
dorpel , dùlper , dùrpel , dorpel. hij stùlpert ovver d’n dùlper, hij struikelt over de drempel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
dorpel , dorpel , zelfstandig naamwoord , de; drempel: nl. van hout, veelal: laag, gemakkelijk uitneembaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
dorpel , durpel , zelfstandig naamwoord , durpels , durpeltie , dorpel, drempel Ik strokel over d’n durpel Ik struikelde over de drempel; Hij kwam d’r al jaere over d’n durpel Hij was er kind aan huis
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
dorpel , dörpel , dölleper, dölper , dorpel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
dorpel , dörpel , zie: drumpel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
dorpel , dûrrepel , dorpel, drempel , hij stwotte zunne tjeen tege d’n dûrrepel en viel vurover = hij stootte zijn teen tegen de dorpel en viel voorover-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
dorpel , dùrpel , dorpel , Pas óp vur dien dùrpel, vélt ’r nie oover. Pas op voor die dorpel, val er niet over.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
dorpel , dorpel , dörpel, durpel , drempel.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
dorpel , dörpel , dölper , zelfstandig naamwoord , drempel (Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant); dölper; drempel (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
dorpel , dörpel , (mannelijk) , dörpels , dörpelke , drempel , Dae kumtj mich neet mieë uuever d’n dörpel: die komt er bij mij niet meer in. Det hae mer ins uuever d’n dörpel kumtj: dat hij maar eens betaalt; dat hij maar eens toegeeft.: dat hij maar eens betaalt; dat hij maar eens toegeeft.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
dorpel , dörpel , dölleper, dölper , zelfstandig naamwoord , "dorpel, drempel; MP gez. Et klinkt nèt òf dègge meej en klapmuts óp enen houteren dörpel slaot. Dialectenquête 1876 - dörpel (ö van 'Mörder), sleepend: dörrepel; Henk van Rijen: 'dörrepel, dölper'; B dörpel; WBD (III.2.1:41) dorpel - vensterbank buiten; WBD (III.2.1:42) vensterdorpel - vensterdorpel; WBD (III.2.1:65) dorpel = drempel; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - dorpel, durpel, delper - drempel ( = deur + paal); Weijnen, Dialectaltlas: dörpel (blz.18, 74); A.P. de Bont: zelfstandig naamwoord.m. - dorpel, drempel; WNT DORPEL, in de schrijftaal is 'drempel' meer gewoon...; als dölleper; De verwisseling van de R en de L (methatesis) komt vaker voor in het Tilburgs; zie: Van Delft - Een dorpel noemt hij een ""dulleper""; een orgel een ""ulleger""; zelfs hoort men de wijk Korvel ooit ""Kullever"" noemen. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 118; 8 juni 1929); Cornelis Verhoeven:  DORPEL (dörpel, maar dikwijls ook: dölleper) m. drempel: go mèr op den dölleper zitte; hij komt hier nie over den dölleper. (Samen met dam een woord dat geladen is met territoriale instincten.); A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - dorpel, durpel, delper - drempel ( = deur + paal); Henk van Rijen: 'dörrepel, dölper'; - L – Wordt met R verwisseld, en omgekeerd. Zulker (zurkel), flamboeës (framboos), kellever (kervel), hallever (armvol), enz. (Schuermans, Algemeen Vlaamsch Idioticon, 1865-1870); dölper; Henk van Rijen: dorpel, drempel; ook: 'dörrepel'; - Met metathesis uit 'dörpel'; Van Delft - Een dorpel noemt hij een ""dulleper""; een orgel een ""ulleger""; zelfs hoort men de wijk Korvel ooit ""Kullever"" noemen. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 118; 8 juni 1929); Cees Robben – Swels d’n ölleger spulde/ stölperdenie over den dölleper van de Kölleverse kerk.. (19651015)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
dorpel , dölper , dorpel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut