elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: crapuul 

crapuul  , krepül , uitvaagsel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
crapuul , krepuul , (onzijdig) , crapuul, uitschot
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
crapuul , skrepuul , zelfstandig naamwoord , Henk van Rijen – min iemand (Fr. crapule) vD crapule, crapuul, krapuul -; janhagel gespuis
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut