elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: chocolade 

chocolade , sukkelaad , Chokolaad.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
chocolade , sōkkeloa , sukkeloa, sukeloa , chocolade; melksōkkeloa = koekjes chocolade in melk gekookt, ter onderscheiding van: woatersōkkeloa. Vooral het eerste wordt in de huisgezinnen gedronken en als feestelijk onthaal aangemerkt; poeiersōkkeloa = chocolade die in den handel als poeder voorkomt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
chocolade , sukeloa , sukkeloa, sōkkeloa , chocolade.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
chocolade  , sjôkkelaad , chocolade.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
chocolade , suukelaa , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , chocolade
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
chocolade , sjokkelaai , m , chocolade.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
chocolade , sokkeloa , sukkeloa , chocolade
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
chocolade , sukkelaad , zelfstandig naamwoord de , Dialectische variant van chocolade.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
chocolade , sukelae , chocolade.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
chocolade , sukelae , chocola.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
chocolade , sukelao , sukkelao, sukela, sukkela, sukerlao , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën). Ook sukkelao (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe), sukela (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), sukkela (Zuidoost-Drenthe), sukerlao (N: Zuidwest-Drenthe) = 1. chocolade Lust oe wel een repe sukelao? (Dwi), Met sukkelao kunnen ze heur slim begreimen (Nor), De inhold van die deus sukkelaogies is mij slim tegenvallen (Gas) 2. chocolademelk De eerappelkrabbers kregen sukelao mit kouke als de oogst gedaan was (Eco), z. ook sukelaomelk
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
chocolade , sukela , chocolade
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
chocolade , sjeklaode , chocolade , Héij hi sjeklaode vingers. Hij heeft chocoladevingers. Hij laat veel uit zijn handen vallen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
chocolade , sukelao , zelfstandig naamwoord , de; chocola
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
chocolade , seklaod , suklaod , zelfstandig naamwoord , chocolade (vaak kwatta genoemd; Geef mijn maor een rêêpie kwatta van Van Houte; de merknaam wordt soortnaam, vergelijk de soortnaam fiets, een rijwiel gemaakt door de heer Fiets) Ook suklaod
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
chocolade , sukela , (zelfstandig naamwoord) , chocolade.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
chocolade , siekelaot , chocolade , ’n lekker stukske siekelaot zo tussendur vien ik wel lekker = een lekker stukje chocola tussendoor vind ik wel lekker-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
chocolade , checlâde , chocolade
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
chocolade , sukela , choekelao, chucola, chukela, seukela, seukelao, si , chocolade; sukelapoeier, cacao(poeder).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
chocolade , seklaad , zelfstandig naamwoord , chocolade (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
chocolade , sjóklaat , sjókelaat ,  sjóklaetje , chocolade , Sjaak sjóklaat: chocolade van het merk Jacques. Sjókelate mèlk.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
chocolade , seklaade , sjeklaade , zelfstandig naamwoord , Cees Robben - Wè d’ ons moeder toch moes spaoren/ vur de swiet... de kaskenade.../ De kleeraozie... de seklade... (19560512) [De prent behandelt het feest van de Eerste Communie en de kosten daarvan, die ook voor ‘het oog van het kerkvolk’ gemaakt werden. Chocolade was een geliefd cadeautje.]; Cees Robben – Die fèèn trip (...) mee d’r prevelementje en durre seklaade.. (19850215); De fraters zörgden dan veur ranja en wèèrme seklaademelk… (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Die soldaote gooiden meej stukken seklaade, die han wij in gin vèèf jaor meer gepruufd. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Om half elf kréég ik elke dag, enne beker seklaade. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Seklaade, waor we de smaok van, meej de komst van onze bevrijders, teruggekregen han, kréégen we zôveul we lustten. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); en ripke seklaade... (Henriëtte Vunderink; Ons Moeder; k Zal van oe blèève haawe, 2007); Henk van Rijen - 'òn de seklaadekaant gòn zitte' - Aan die kant gaan zitten waar het meeste voordeel te halen valt. Ge moogt oewe schoen zètte, èn de vòllegede mèèrege waare de peeje ènt aaw brôod wèg, èn laager en spikmènneke in, òf en marsepèène vèèrekespotje, òf ene kinkenduut van gevulde seklaa. (Ed Schilders; Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009); chocolade; Kees en Bart – Tilburgsche Post ca. 1935 – ' sjeklade'; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - òn de sjeklaadekaant vatte ('76) - de beste kant pakken. — Fr. 'chocolat' > Ned. 'chocolade', met vocaalreductie; Bosch sjeklade - chocolade
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
chocolade , sjókkelaat , chocolade
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut