elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: buitenshuis 

buitenshuis  , boeteshoes , buitenshuis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
buitenshuis , boetenshoes , bijwoord , buitenhuis Hie hef het mieste wark boetenshoes (Sle), IJ zeeit hum aans nooit boetenshoes (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
buitenshuis , butenshuus , bijwoord , buitenshuis
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
buitenshuis , butensuus , (bijwoord) , buitenshuis.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
buitenshuis , [buiten] , boeteshoes , buitenshuis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
buitenshuis , bèùteshèùs , bijwoord , buitenshuis; gd07 vrouwe die bèùteshèùs kosse wèèreke
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
buitenshuis , boe~teshoe~s , buitenshuis
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut