elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: buitenaf 

buitenaf  , boetenaaf , buitenaf, ook afgezien van.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
buitenaf , boetenof , bijwoord , buitenaf Aj der van boetenof tegen ankiekt, liekt het heilwat (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
buitenaf , butenof , bijwoord , 1. buitenaf: buiten een centrum gesitueerd 2. naar buiten een bep. centrum of gebied 3. aan de buitenkant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
buitenaf , buitenof , buitenaf, boitenof , bijwoord , [sGr] ver van huis, voor werk; buitenaf ver van huis, voor werk De haaiers waere soms maondelang buitenof De heiers waren soms maandenlang ver van huis; boitenof [O] buitenaf, op een plaats buiten het dorp De griendoile werreke al veertien daege boitenof De griendwerkers werken al veertien dagen ergens buiten het dorp
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
buitenaf , butenof , (bijwoord) , buitenaf. IJ woont butenof.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
buitenaf , [buitenaf] , boetenaaf , buitenaf , Zie kumtj van boetenaaf: zij komt uit een andere plaats. Zie woeane boetenaaf.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut