elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brief 

brief , brief , voor al wat geschreven is. Eene halve eeuw geleden was het algemeen in gebruik.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
brief , brief , een stuk papier, al staat er niets op.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
brief , brieéf , breéf , (mannelijk) , brief, verder elk stuk paier, al staat er niets op geschreven, vandaar dat een brief ook meer bepaald lèzebrief heet.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
brief , leeren brijven , (lederen brieven) = perkamenten, oude stukken op perkament geschreven. Zie Gron. Volksalm. 1892 bl. 73.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
brief , pampieren brijf , pleonastisch voor: brief; “hij har ʼn pampieren brijf kregen van zooʼn kerel oet stad
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
brief , brijf , brief, aardigheidshalve voor: boterham. Een kind vraagt men: Kenstoe dei brijf wel lezen? = Kunt gij die boterham wel opeten? Zie ook: oldste, olste.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
brief , brief , (zelfstandig naamwoord) , w. Zegsw. Een brief aan de koning schrijven, een middagdutje doen (een brief aan de koning schrijven is een gewichtig werk, waarbij men niet gestoord mag worden). || Ik gaan ’en brief an de koning schrijven. Zegsw. Spel-je een briefje? eigenlijk: heb-je een loterijbriefje, een lot in de loterij? doch thans schertsend voor: heb-je een velletje papier (voor me); bepaaldelijk om er mee naar de bestekamer te gaan. – Vgl. de samenst. paaibrief.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
brief , breef , Brief. Tegenw. meer: br(i)eef.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
brief  , breef , breve , breefke , brief.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
brief , breef , mannelijk , brief, kleine papieren zak, pakpapier
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
brief , breef , zelfstandig naamwoord, mannelijk , breewe , breefken , 1 brief, 2 geschrift, akte, 3 winkelzakje, 4 bankbiljet, vklw. Hee hef t breefken velùern, hij komt te laat, van kind; koopbreewe, skaejdbreewe, koop-, scheidingsakten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
brief , brief , zelfstandig naamwoord de , Ook: 1. Biljet, formulier. 2. Papieren zak(je), o.a. in samenstellingen als: hoedebrief, koekbrief, stikkebrief, suikerbrief, tebaksbrief, zuurtjesbrief. Verkleinvorm meervoud briefies. Zie voor een zegswijze: inbrenge.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
brief , brief , breeif, breef, breif, braif , brieven , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook breeif (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), breef (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe), breif (Kop van Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied), braif (Veenkoloniën, Kop van Drenthe) = brief Wos doe den breif èven veur mie in de bus doun? (Nsch), Ik heb vandage een blauwe brief ekregen belastingaanslag (Ruw), Ik heb de oldste brieven oudste rechten (Dwi), As de verkèring uut was, kreej een brief mit de veier tippies of ebraand (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
brief , brief , brief
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
brief , briefkes , briefjes , Niks in te brènge of te lèèze és kléén leege briefkes. Niets in te brengen of te lezen als kleine leege briefjes. Niets te vertellen hebben.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
brief , brief , zelfstandig naamwoord , de 1. brief 2. in de ooldste brieven hebben de oudste persoon zijn, ook: de oudste rechten hebben; briefien, et 1. kleine brief 2. hetz. als melkbriefien, botterbriefien 3. bankbiljet 4. stukje papier waarop boodschappen staan vermeld, waarop dingen staan vermeld die men moet onthouden, moet afwerken e.d. 5. schriftelijk stuk dat geldt als bewijs
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brief , briefies , uitdrukking , Ik he’ nied anders in te brenge as leege briefies Ik heb geen enkele zeggenschap
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
brief , brief , (zelfstandig naamwoord) , brief
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
brief , brifke , briefje
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
brief , breef , brief; brevenbode, brevenloper, postbode.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
brief , breef , (mannelijk) , breve , breefke , brief , Det gaef ich dich op ei breefke. Ei breefke van tieën.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
brief , brief , zelfstandig naamwoord , "brief; Ons kermis is dees jaor vur den irsten keer ""dreug gelee"", dè wil zeggen, dè ge in de café's vur oe goeie centen eigenlijk gin drupke snevel zô't kunnen koopen. De köster was in den raod den eenigste die z'ne mond er tegen durfde open te trekken. Van den eene kaant valt dè te begrijpe, want hij hee-t-'m verduveld gère; en dan ten twidde: die thuis niks as leege briefkes meuge lezen, hebben op 'n aander de miste prots. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - niks te leezen hèbben as leege briefkes (Pierre van Beek: Tilburgse Taalplastiek 1970) - niets in de melk te brokkelen hebben: niets in te brengen hebben .Frans Verbunt: niks in te brèngen hèbben as leege briefkes; We han over et algemeen niks in te brengen. Lege briefkes zeej de volksmond mar daor schote ok niks meej op. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); WBD III.3.1:168 'briefke' = bankbiljet; WBD III.3.1:174 'grote brief' = bankbiljet van f 1000; Ook 'rode rug'"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
brief , braef , braeve , brifke , brief
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut