elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: brandewijn 

brandewijn  , brandewien , brandewijn.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
brandewijn , brandewien , brandewijn.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
brandewijn , braandewien , brandewijn.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
brandewijn , brandewien , braandewien , Ook braandewien (Zuidwest-Drenthe) = 1brandewijn Aj mor genog brandewien drinkt, vaalt het zingen je niet stoer (Eex), Brandewien mit suker, dat smekt as de duker smaakt geweldig (Bov), Der worde riekelijk braandewien mit boonties eschunken (Hgv) 2bruiloft (be: Rui) Ie zullen op de braandewien kommen gij wordt op de bruiloft genodigd
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
brandewijn , brandewien , braandewien , (Kampen) brandewijn. Ook: braandewien (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
brandewijn , branewien , braandewien, brannewien, brandewien, brandewien- , zelfstandig naamwoord , de; brandewijn, glaasje daarvan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
brandewijn , brandewie~n , brandewijn
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut