elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: braadworst 

braadworst  , braodwors , braadworst.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
braadworst , braodwost , zelfstandig naamwoord , de; braadworst
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
braadworst , braodwörst , (zelfstandig naamwoord) , braadworst.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
braadworst , [worst om te braden, domkop] , braodwoos , braodwoost , (vrouwelijk) , 1. braadworst 2. domkop , Eine korte praek en ein lang braodwoos(t).
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
braadworst , braodwors , braadworst
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut