elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bots

bots , [slag, stoot] , bots , (mannelijk) , [weinig gebruikelijk] slag, stoot.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
bots , bots , (mannelijk) , slag, stoot.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
bots , boets , schok.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bots , bots , bijwoord , onverwacht, plotseling
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bots , bots , 1. meteen, eensklaps. 2. bots, recht op elkaar af.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
bots , bots , 1. eensklaps; 2. bots.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bots , bots , de , botsen , stoot Ze kwamen met een harde bots tegen mekaor an (Gie), Die kan nog wel een botsien lieden heeft geld (Zdw), Het kan nog wel een botsien lieden gezegd bij het drinken in café (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bots , bots , eensklaps. Zie kwamm zo bots veur de dag.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bots , bots , plotseling.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
bots , boets , bons
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut