elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boorden 

boorden , booren , (werkwoord) = boorden, omboorden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
boorden  , bööre , met lint omboorden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
boorden , [omzomen] , bäöre , bäörtj, bäördje, gebäördj , omzomen, afwerken , Ei kleid bäöre mèt biaisbandj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
boorden , boore , zwak werkwoord , boren, boorden; Dialectenquête 1879: bore – boren; WBD 'bóór?' (II:l238) - boorden, omboorden; B boore - bórde – gebórd; - in tegenwoordige tijd vocaalkrimping bij 'gij'+ bórt, daarentegen: hij boort; Goemans, Leuvens taaleigen (1936): BOORDEN -van kleedingstukken: een rok b.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
boorden , bäöre , omzomen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut