elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bonje 

bonje , bonje , In de zegsw. ’t Is bonje, ’t is ontdekt, ’t is uitgekomen, ik ben er achter. Het wordt plagenderwijze gezegd, b.v. tegen iemand, die in stilte verloofd is, of tegen iemand, die de ander voor de gek meent te houden. || Hou je maar stil, ’t is bonje. – De uitdr. is thans weinig gebruikelijk. In de vorige eeuw was zij ook elders in N.-Holl. bekend, blijkens Hs. Kool, waar ook “’t is bonje, ’t is ontdekt,” wordt vermeld. – Bonje is de verkl. van bon; zie aldaar. Hoe echter de uitdr. hiermee samenhangt is onzeker.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bonje  , boenje , ruzie.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bonje , bónje , v , trammelant.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bonje , boenje , bonje
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut