elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bonenstro 

bonenstro  , boënestroëe , niet veel bijzonders van artikel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bonenstro , bônestro , zelfstandig naamwoord ’t , Stro van gedorste bonen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bonenstro , bonestro , zelfstandig naamwoord , et; ranken, al dan niet gedroogd, van boonplanten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bonenstro , boeënestroeë , bonenstro
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut