elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bloemist 

bloemist  , bloomis , bloemist.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bloemist , bloemmist , vakman die naast zijn kwekerij ook een winkel heeft waaruit hij de zelfgekweekte produkten en bijgekocht materiaal verkoopt.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
bloemist , [bloemverkoper] , blomis , blomist , (mannelijk) , bloemist
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bloemist , blommist , zelfstandig naamwoord , bloemist; Kees & Bart (krantenrubriek 1922-193?): blommist
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
bloemist , blaomis , blaomiste , bloemist
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut