elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blijdschap 

blijdschap , bliedskōp , blijdschap. Zie: ie 1, en: schōp (= schap).
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
blijdschap  , bliedschap , blijdschap.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
blijdschap , blieschop , vrouwelijk , blijdschap
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
blijdschap , bliejskop , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , blijdschap
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
blijdschap , bloiskip , zelfstandig naamwoord de , Blijdschap.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
blijdschap , biejschop , blijdschap.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
blijdschap , bliedschup , de , blijdschap Het kind jankte van bliedschop (Vtm), Hai wus zuch van bliedschup gien raod (Zui), Het is almaol bliedschup bij die lu het gaat er allemaal goed (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
blijdschap , blédschap , blijdschap , Ge kunt bèèter meej blédschap dur't lèève gôn, és uwweg én aalté zitte te knieze. Je kunt beter met blijdschap door het leven gaan, als eeuwig en altijd zitten te kniezen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
blijdschap , bliedschop , zelfstandig naamwoord , de; het blij, verheugd, opgeruimd zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
blijdschap , bli’jdskop , (zelfstandig naamwoord) , blijdschap.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
blijdschap , [vreugde] , bliedjsjap , (vrouwelijk) , blijdschap , Van bliedjsjap sprónge zie ei gaat inne loch(t).
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
blijdschap , blèdschap , zelfstandig naamwoord , blijdschap; WBD III.1.4:190 'blijdschap' = pret
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
blijdschap , bliedschap , blijdschap
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut