elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bladeren

bladeren , blaaiere , werkwoord , bladeren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bladeren , blääden , [blǣñ] , werkwoord , bladeren
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
bladeren , bladrn , werkwoord, zwak , afbladeren. Dr alls oet bladrn, er alles uitflappen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bladeren , blaojere , bladeren. In ’n buukske blaojere In een boekje bladeren..
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bladeren , blaore , bladeren Dör ’n boek hin blaore Door een boek bladeren.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bladeren , blaeren , blaeren, eblaed(erd) , bladeren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bladeren , bladern , blaodern, blaedern, blaan , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook blaodern (Noord-Drenthe), blaedern (Zuidwest-Drenthe, noord), blaan (Zuidoost-Drents zandgebied) = bladeren Hai zat in een bouk te blaodern (Vtm), Hai zat in een bouk te blaan (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bladeren , blaoieren , bladeren. hij blaoiert in d’n Engelbewaarder, hij bladert in ‘De Engelbewaarder’ (een katholiek jeugdtijdschrift).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bladeren , bloajer , bloaj , bladeren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bladeren , blaor , blorkes , bladeren (van de bomen)
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
bladeren , blâje , blâjere , bladeren , Blâjt is dur ditte buukske hinne. Blader eens door dit boekje heen.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bladeren , blaoderen , blään, blääjn, blaaie, blaaien, blaaier, bladen, , bladeren. blooien (Nunspeet, Elspeet).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
bladeren , blaoie , werkwoord , winst maken (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bladeren , blajere , blajertj, blajerdje, geblajerdj , bladeren
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bladeren , blaojere , blaaje , zwak werkwoord , blaaje - blaajde - geblaajd; blaojere - blaojerde - geblaojerd , blaojere; bladeren; Ge moet et mar es durblaojere (geen vocaalkrimping); blaaje; WBD veevoer verzamelen (bijv. bietbladeren), ook 'plukke' genoemd; (geen vocaalkrimping)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut