elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijtijds 

bijtijds , bietieds , bijtijds; wie bin bietieds op rais goan = wij zijn vroeg in den morgen op reis gegaan.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bijtijds  , bejtieds , bijtijds.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bijtijds , biejtieds , bijwoord , vroeg
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bijtijds , betieds , bijtijds, op tijd.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bijtijds , bietieds , bijtijds.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bijtijds , bijtied , bijtieds , Ook bijtieds (Zuidwest-Drenthe, zuid) = op tijd, vroegtijdig Wij wolden vanaovend bijtied hen bedde (Oos), Hij was ter bijtied(s) (Hgv), De klok zul wij even bijtied zetten (Dro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijtijds , betieds , bi’jtieds , bijwoord , op tijd, bijtijds
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bijtijds , betijs , bijwoord , [Phl] bijtijds
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bijtijds , bi’jtieds , (bijwoord) , bijtijds. Zie ook: intieds.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
bijtijds , bèttéds , bijtijds
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bijtijds , [op tijd] , betëts , bijtijds, op tijd , zurg dè ge vanaovond betëts thuis zijt zorg dat je vanavond op tijd thuis bent
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
bijtijds , beteds , bijwoord , op tijd (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bijtijds , betieje , betieds , bijtijds, tijdig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bijtijds , betieds , bijtijds, tijdig, zie ook betieje
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bijtijds , betèds , bijwoord , bijtijds; Cees Robben – [Drees heeft] beteds den A.O.W. nog uitgevonden.. (19871126); J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BIJTIJ(D)EN en BIJTIJDS bijwoord - somtijds, Fr. quelquefois .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BIJTIJD, BIJTIJDS bijwoord - intijds
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut