elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijkans 

bijkans , bekants , Bijkans, bijna. Het is een oud woord.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bijkans , bikans , (bijwoord) , bijna.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
bijkans , bijkans , bijna, zoo goed als. - Ik (ben) altijd een man geweest, die nooit lui was voor zijn broot. Maar nou verdien ik bijkans niks, Gedenkschr. 1838, blz. 24.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
bijkans  , bekans , bijna.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bijkans , bekant , bijna. Hij is bekant tachtig.
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
bijkans , bekânt , zoawát.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
bijkans , bekant , bijwoord , bijna, bijkans. Volgens de befaamde dialectkundige prof. A. Weynen is dit een der meest typische Middenbrabantse woorden. Hij waar bekant verzoope.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
bijkans , bekant , bekanst , bijwoord , (de klemtoon ligt op de a ) bijna (KRS: Scha, LPW: Lop) Ook in de Krimpenerwaard (Van der Ent 1998, p. 33) en Gouda (Lafeber 1967, p. 66); in de laatstgenoemde plaats komt ook bekanst voor. Dialectische nevenvorm van bijkans (Van Dale 1992, p. 298)
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
bijkans , biekans , bijna.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
bijkans , biekaans , bijna.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bijkans , bijkaans , bijwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) = bijna Hij had hum bijkaans (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijkans , bekant , bijna. ook bekanst.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bijkans , bekant , ongeveer, bijna
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bijkans , bi’jkaans , (Gunninks woordenlijst van 1908) bijna
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bijkans , biekans , bijna. Hie zol biekans verzeupm wèèn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bijkans , bekant , bijna , Teveul prûime gehad, bekant de zéúm ût m'n gat gescheete. Teveel pruimen gehad, bijna de zoom uit mijn gat gescheten. Geweldige diarree gehad.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
bijkans , bi’jkaans , bekaans, bekaant , bijwoord , 1. bijna, haast 2. wellicht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bijkans , bekant , bijwoord , bijna, bijkans Dien auto roch me bekant Die auto raakte me bijna ’t Is bekant niet te glôôve Het is bijna niet te geloven
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bijkans , bekant , bijna, ongeveer
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bijkans , bekant aalt , meestal
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bijkans , bekant nie , nauwelijks
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bijkans , bekant nojt , amper
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bijkans , bekant , bijna
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
bijkans , bi’jkans , zie: bi’jnao.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
bijkans , bekaant , bijna , ééj, ben d’r al mee klaar? neije, bekaant = , ben je er al mee klaar? nee, bijna-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
bijkans , bekant , bijna , Ik bén bekant klôr. Ik ben bijna klaar.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bijkans , bekaant , bijna
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
bijkans , bekant , bekaant , bijna.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
bijkans , biekaanst , biekans , bijna.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
bijkans , bekant , bekaanst, bekaant , bijwoord , bijna (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk); bekaanst; bijna (West-Brabant); bekaant; bijna (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bijkans , bekans , bijna, haast, zie ook bienao, haos, haost , Det waas bekans raak!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bijkans , bekant , bijna; bijkans
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
bijkans , bekaant , bekaanst, pekaant, mekaanst , bijwoord , "bijna, bijkans; Kees & Bart (krantenrubriek 1922-193?): 'mekaanst'; Cees Robben – Zô wè van m’n eigen, bekaant de sigaar.... (19540403) ; Cees Robben – Ik heb er naa bekaant al tien... (19580705); Cees Robben – Bekaant unne plezaante klaant... (19811127); Cees Robben – Is ie al dreug, Drieka..? Bekaant, Miena.. Af en toe verliest ons broekpoeperke nog wel is wè... (19850412); Cees Robben – Ze stond er zôô breed bij mee d’r braoi dewwer bekaant mee gedrieje aachter kosse... (19861003); De Wijs – (gehoord over ’n kind dat pas loopt en praat) Is ie al dreug? - Bekaant, zo af en toe verliest ie nog wel is wè (16-01-1975); Henk van Rijen: bekaant aflèggesgerêed - stervende; Piet van Beers – ‘Visse’: 't Is bekaanst 'n jaor geleeje/ dè menne maot is overleeje./ Ik denk daor steeds opnuu wir aon/ Ak m'n vistèùg in de schuur zie staon. (Spoeje doemmeniemer; 2009); Opeens schrokken we ons èège kepot van enne knal, we gingen bekaant zelf de lucht in. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); ...ik geleuf dè alleman ont klòttere waar, et waar ommers bekaant Siendereklaos. (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website ‘Tilburgs Taolbuuroo’, 2012); Teegesworreg kan bekaant alles. (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website ‘Tilburgs Taolbuuroo’, 2012); WNT BIJKANS - bekans, bijkant, bekant; Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): bekant (II:40); Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): BEKANT - bijwoord. bijna; C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978): BEKANT bijwoord., bijkans, bijna: 'nog nie bekant' - op geen stukken na .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): bekant bijw. bijna (Zie WNT bijkans); J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BEKAN, BEKANST, BEKANT bijwoord - bijkans, bijna, Fr. presque; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - bekant - bijna; Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): bekant; pekaant; Dekens hèk dan ok pekaant nie mir noodig… (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); - Pekaant aon alle groot plezier zit innen bitteren naosmaok. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); ... ’t wor pekaant hil de dag nie licht nie. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Henk van Rijen (1998): bijkans, bijna; mekaanst; bijna, bijkans, 'bekaan(s)t'; Kees en Bart (ca. 1925; in Tilburgsche Post) – ""t schilt mekaanst de helft' - mekaanst (passim)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut