elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: biggel 

biggel  , biggel , kinderspel (vorm der steenen: kuule, buuke, stööntjes). gg is zachte K.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
biggel , biggel , zelfstandig naamwoord , biggels , biggeltie , [O] steen, grind De wurf lag vol mè grôôte biggels Het erf lag vol met grote stenen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut