elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bierbuik 

bierbuik  , beerboek , dikke buik van bierdrinken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bierbuik , bierboek , zelfstandig naamwoord , de 1. dikke buik als gevolg van het drinken van bier 2. iemand met zo’n buik
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bierbuik , [dikke buik] , beerboek , (mannelijk) , bierbuik , Ei beerbuukske höbbe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut