elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bezorgen 

bezorgen , [zorgen hebben] , bezörgen , zorgen hebben; “zoodoend’ hadd’ ’t mensk niks te bezörgen”! Zal eigenl. beteekenen (bezörgen, voor: verzorgen), iemand die niets of niemand te verzorgen heeft, is van zorgen bevrijd.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
bezorgen , [ervoor zorgen dat iemand iets krijgt] , bezö̀rgen , (zwak werkwoord) , bezorgen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
bezorgen  , bezörge , bezorgen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bezorgen , bezörgen , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. bezorgen Biggen bezörgt oe wel een bende wark (Ker), Hij hef de bosschup wal bezörgd (Wee) 2. zorgen hebben (wb) Zodoende hadde ʼt mensk niks te bezörgen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bezorgen , bezörgen , bezorgen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bezorgen , bezurrege , werkwoord , bezurreg, bezurregde, bezurregd , bezorgen, rondbrengen Brôôd bezurge Brood bezorgen Krant bezurge Krant bezorgen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bezorgen , bezörgen , (werkwoord) , bezörgen, bezörgd , bezorgen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut