elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beterkoop 

beterkoop  , baeterkoup , beterkoop.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
beterkoop , bétterkoeëp , goedkoper.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
beterkoop , baeterkoëp , gójkoëper.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
beterkoop , beterkoop , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) = goedkoper Dat van mij is beterkoop as dat van je (Sle) (zelfst.) Dit hoes is wal wat duurder, maor het is ok een beterkoop een betere koop (Wee)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beterkoop , [goedkoper] , baeterkoup , goedkoper, zie ook goodkouper
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
beterkoop , baeterkoup , goedkoper
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut