elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bestuiten 

bestuiten , bestuiten , voordeelig van iemand spreken. Zie Stuiten.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bestuiten  , bestuute , loven.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
bestuiten , bestute , bestuiten, prijzen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bestuiten , bestùite , werkwoord , prijzen, loven. Ge moet oe kènder òp tèèd bestùite, dè uuvert aon. Het bemoedigt je kinderen als je ze bij tijd en wijle prijst. ’t Kan gin stùite lijje. Er valt weinig goeds van te zeggen.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
bestuiten , bestuiten , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), in het er op bestuiten (laoten) = het er op aan laten komen Laow het er ies op bestuiten (Zdw), Daor zuw het mor op bestuiten laoten (Sle), Mien vrouwe har ok vaste edacht dat aw een haze kregen, en hef ʼt er mit ʼt vleis op laoten bestuiten om die reden geen vlees gekocht (N:Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bestuiten , bestuiten , complimenteren. zie ook stuiten.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bestuiten , bestûite , prijzen , Ge moet hum bestûite, dôr groej'tie van, dé hurd diejen aauwe nog gàère. Je moet hem prijzen, dat doet hem goed, dat hoort die oude man nog graag.
Voltooid deelwoord bestût: Ik héb'bem bestût, héij hi veul goej dinger vur óns gedôn én'nie wul'ler niks vur. Ik heb hem geprezen, hij heeft veel voor ons gedaan en hij wil er niets voor hebben.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
bestuiten , bestoite , werkwoord , [O] aandurven Zie bestôôte
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
bestuiten , bestùìjte , stùìjte , tevredenheid betuigen, complimenteren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bestuiten , bestuite , prijzen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
bestuiten , bestuite , vleien, compliment geven
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
bestuiten , bestèùte , bestoite, bestuite, bestuute , werkwoord , prijzen, loven (Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant); bestoite; prijzen, loven (Helmond en Peelland; Den Bosch en Meierij; Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
bestuiten , bestute , bestuutj, bestuudje, bestuutj , pluimpjes geven , Höbs se de kinjer al bestuutj met zoean good report?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bestuiten , bestèùte , sterk werkwoord , bestèùte - bestôot - bestôote , "roemen, pochen op; Vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij bestöt; Ze bestöt der dòchter vusteveul. - Ze roemt haar dochter veel te veel .Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): ""hij wier nog bestooten ook (geloofd, geprezen)""; Bestuite doe ons vrouw mèn nie gemak want dan wor ik overmoedig zeese... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Boerkens uit den buiten; heerkens van et laand; zullen ons bestuiten; om den aawen traant. (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, ‘Kinkenduut, m’n bruurke’, 1941); Cees Robben – [dirigent over een stem in zijn zangkoor:] Anna Nuyten (...) daor kossie nie van stuiten... (19600414); Cees Robben – Ik heb ’n goei vrouw... En ik bestuit ze overal... (19741011); Stadsnieuws: Ge moet et nie zo bestèùte, daor wòrt ie mar grotseg van - Je moet hem niet zo (overdreven) prijzen; daar wordt hij maar verwaand van (051008); WBD III.1.4:429 'bestuiten', 'stuiten' = rijzen/loven; WBD III.1.4:193 'bestuiten = zijn tevredenheid betuigen'; WNT BESTUITEN - iemand of iets ophemelen, prijzen, gunstig er over spreken (in zuidelijke gewesten) .Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): bestuite - prijzen, waarderen ; Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): bestùite - prijzen, loven; K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - Bestuiten: prijzen, loven van iets of iemand goedspreken .J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836): Bestuiten: iemand bestuiten = voordeelig van iemand spreken. Z.a .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): bestèùte(n) zw.ww.tr. 'bestuiten', prijzen, loven .J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BESTUITEN - bestoefen, grootelijks loven en prijzen, voordelig van iem. of iets spreken .Hans Heestermans, Witte nog? (1988-1994): bestèùte (VII:24); In de bijzondere betekenis: naar het varken komen kijken (vlak voor of kort na de slacht) om het te prijzen."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
bestuiten , bestu~te , bestuutde – bestuut , ophemelen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut