elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: besteken 

besteken , [beschenken] , besteken , wordt hier gebezigd voor het geven van een geschenk aan iemand, op deszelfs verjaardag, enz.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
besteken  , bestaeke , bestaek, bestiks, bestik, bestook, bestaoke , besteken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
besteken , bestaeke , iemes ónverwâchs iets gaeve.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
besteken , besteejke , werkwoord , een cadeau geven. Het woord wordt vooral gebruikt als het cadeau niet verwacht wordt.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
besteken , besteken , schenken: iemand mène koek besteken, iemand een koek schenken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
besteken , besteken , beramen (ongunstig) (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
besteken , besteeke , bestèùke , werkwoord , cadeautjes geven (Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant; Eindhoven en Kempenland); bestèùke; cadeautjes geven (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
besteken , bestaeke , 1. besteken, omkopen 2. een cadeautje geven op de naamdag , Ein bestoeake kaart: een gedekte kaart.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
besteken , besteeke , sterk werkwoord , besteeke - bestaak - bestooke , een cadeau geven; in tegenwoordige tijd vocaalverkorting: hij bestikt; Cees Robben: '…die hem kwamen feliciteren en met een kadootje besteken'; Cees Robben: et klutje wòrdt dur heur bestooke; WBD (III.5.2:263) besteeke, fliecieteere = gelukwensen en een geschenk geven; Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): besteke - geschenken aanbieden, gunstig stemmen, steekpenningen geven; A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - besteken (met); Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): besteejke - een cadeau geven; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BESTEKEN - iem. op zijnen naam- of verjaardag een geschenk anbieden .Goemans, Leuvens taaleigen (1936): BESTEKEN -op het naamfeest een geschenk geven .Cornelis Verhoeven: : ouderwets woord voor: iemand een cadeau geven, vooral op zijn verjaardag. Werd rond 1930 nog gebruikt met een archaïsche verleden tijd: hij worde besteke, hij werd bestoken .J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836): BESTEKEN voor 'met bloemen besteken', eene zaak of persoon met bloemen versieren. 'Besteken' voor bekransen, vindt men ook bij Vondel Z.a .A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937): besteeke (krt. 40) = iemand (met zijn verjaardag) een cadeau geven(blz. l5); A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): besteeke(n) -iemand een geschenk geven op zijn verjaardag .WNT BESTEKEN 6) iemand met bloemen of ook andere geschenken begiftigen en wel om hem geluk te wenschen, b.v. op zijn verjaardag, zijn naamdag of derg. In zuidelijke gewesten nog thans gewoon (1898) .WBD III.5.1:89 'besteken', 'schenken, cadeau geven' = schenken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut