elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: besteden 

besteden , [begraven] , besteden , bestellen , ter aarde besteden = begraven, ter aarde bestellen, ook in Gron. als deftige uitdrukking. Zie: opdraogen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
besteden , besteden , besteen , verhuren als dienstbode. Ook Gron. en daarvan bodenbesteder, en bodenbesteedster, alsmede Oostfr.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
besteden , bestèën , (zwak werkwoord) , besteden.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
besteden , bestèën , (zwak werkwoord) , besteden.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
besteden , besteden , voor: verhuren, van dienstboden; zij is nog nijt besteed = zij heeft nog geen dienst voor ’t volgende jaar; bodenbesteder = verhuurder van manlijke, – bodenbesteedster = verhuurster van vrouwlijke dienstboden; Oostfriesch bestäden; Zuid-Nederlandsch besteden = verhuren. Op het Hoogeland is het gebruik dat knechten en meiden zich vóór den nieuwjaarsdag besteden. Wordt een dienstbode vóór dien dag niet gevraagd om te blijven dan is dit een teeken dat hij (of: zij) met Mei moet vertrekken. – Als deftige uitdrukking voor: begraven, geldt: ter oarde besteden, bij Kil. besteden ter aerden, Nederlandsch ter aarde bestellen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
besteden , besteden , (zwak werkwoord, transitief) , Van de hand doen, van zich schuiven; van iets onaangenaams. || (Iemand, die zijn werk wel wil staken, omdat het hem te zwaar valt, of verveelt, of het loon hem te gering is, zegt): ik wil het wel besteden. – Evenzo elders in Holl. en in Friesl. – Vgl. de betekenisssen van de hand doen, verkopen en geven, schenken, die besteden eertijds eigen waren; zie Mnl. Wdb. I, 1108. De oorspronkelijke betekenis is plaatsen, een plaats geven.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
besteden , besteden* , Nederlandsch ter aarde bestellen; (bladz. 6) is een germanisme (Hoogduitsch bestatten.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
besteden  , bedstei , bedstede.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
besteden , bestiääden , [bәstĭǣñ] , besteden; zich bestiääden: een dienstbetrekking aannemen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
besteden , bestean , werkwoord, zwak , besteden
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
besteden , bestede , werkwoord , in de zegswijze z’n oigen bestede, zich als knecht of arbeider verhuren. – ’t Bestede wulle, het wille opgeven of van zich afschuiven. – Hai zal ’t wel gauw bestede, hij zal wel spoedig overlijden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
besteden , besteen , besteden , (Zuidoost-Drents zandgebied). Ook besteden (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = 1. besteden Je kunnen je geld wel beter besteden (Row), Dat geld is an mij niet besteed (Bov), Daor moej meer andacht an besteden (Bor) 2. verhuren als knecht of meid Hij hef zuch mit old mei besteed (Ros), Ik heb mij weer veur een jaor besteed bij die boer (Die) 3. ter aarde bestellen (wp)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
besteden , besteen , (Gunninks woordenlijst van 1908) 1. besteden; 2. em – ‘zich verhuren’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
besteden , besteen , besteden. Um duuznden euro’s an dat olde huus te besteen, dât liek mien niet goed toe.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
besteden , besteeje , besteden , Ik zoow mér’res óphaauwe meej dé geméllek, ge kunt w’n tiid hil’wa bèèter besteeje. Ik zou maar eens ophouden met dat gezeur, je kunt je tijd heel wat beter besteden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
besteden , besteden , werkwoord , 1. zorg, kracht aanwenden (voor) 2. op een bepaalde wijze gebruiken 3. uitgeven voor een bep. doel 4. in de kost doen, uitbesteden 5. in een tijdelijke betrekking gaan, vooral: zich uitbesteden als meid of knecht
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
besteden , bestèden , (werkwoord) , bestèden, bestèèd , besteden. Zi’j bestèden te völle andacht an dät kind.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
besteden , besteeje , besteden
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
besteden , bestaeje , bestaetj, bestaedje, bestaedj , besteden
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
besteden , besteeje , zwak werkwoord , besteden; B besteeje - besteedde - besteed (geen vocaalkrimpiing); J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BESTEED verl. dw. - Spr. 't is er nie(t) aan besteed - 't is het niet waard
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
besteden , bestaeje , bestaejde – bestaejd , besteden
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut