elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: besluit 

besluit  , besloet , besluit.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
besluit , besluut , besloet , besluten , Ook besloet (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = 1. besluit Tot besluut kwaamp er nog een mooi vuurwaark (Die) 2. beslissing Ze hebben heil laank praot, mor der is gien besluut nomen (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
besluit , beslûit , besluit , Ge moet ins 'n beslûit nèmme, t’is nie zó gemak mér't zal toch moete gebéúre. Je moet eens 'n besluit nemen, het is niet makkelijk maar 't zal toch moeten gebeuren.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
besluit , besluut , zelfstandig naamwoord , et 1. besluit dat men neemt 2. in tot besluut tot besluit, als laatste
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
besluit , besluut , (zelfstandig naamwoord) , besluit. Spreekw.: ‘t Zwolse besluut dreit altied op stront uut ‘een feestje loopt altijd af met gepraat over poep en pies’.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
besluit , besloet , (onzijdig) , besluit
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut