elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: strooisel

strooisel , [strooigoed] , straauwsel , strooisel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
strooisel , ströjsel , (onzijdig) , stroo, dat onder de koeien in den stal geworpen wordt.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
strooisel  , streuisel , struisel  , strooisel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
strooisel , strööisel , onzijdig , suikergoed om te strooien
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
strooisel , strouwsel , strawsel, strùîsel , o , strooisel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
strooisel , strowsel , grej wát oppe groond gestrowd (gestrooid) wuurt: zând, zâlt, blome beej en presaesie.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
strooisel , stròwsel , strooisel, bijv. in de stal onder de koeien.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
strooisel , strooisel , zelfstandig naamwoord , strooigoed. 1. In de dagen dat natuurlijke mest schaars was werden alle organische stoffen zorgvuldig verzameld: dennenaalden, afgevallen blaren, tuinafval. Dit strooisel werd gemengd met de koemest in de potstal. 2. In de processies die enkele keren per jaar werden gehouden en in de gildeoptochten liepen bruidjes mee met strooiselmèndjes. Deze mandjes waren gevuld met bloemblaadjes, maar vaker met fijne papiersnippers. Dit strooisel werd vele dagen lang geknipt door de kleuters van de bewaarschool onder het waakzaam en geduldig oog van de Zusters van Liefde Pelagia en Clementien. Als striooisel werden ook de blaadjes gebruikt van droogbloemen, die daarom stròòjbluumkes werden genoemd.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
strooisel , streujsel , strooisel.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
strooisel , strèeisel , het , Var. als bij strèeien = strooisel Der mot nog wat streisel under de koenen (Hoh), Ik wil nog even een strèèiseltien keukenzaand ophalen zoveel als nodig is om een zandfiguur, een strèeiseltien te maken (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
strooisel , stroisel , stroúwsel , strooisel. stroisel krabben, dennennaalden verzamelen, strooisel voor onder het vee, bestaande uit stro of heide.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
strooisel , streuisel , strooisel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
strooisel , stri’jsel , zelfstandig naamwoord , et 1. strooisel (met name onder het vee; vaak fijner dan men met stri’jinge uitdrukt) 2. strooisel van een bosbodem
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
strooisel , strojsel , strúíjsel , strooisel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
strooisel , streuisel , (zelfstandig naamwoord) , strooisel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
strooisel , strèèwsel , strooisel
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
strooisel , straaisel , (W) stro in de stal onder de koeien
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
strooisel , strouwsel , strossel , zelfstandig naamwoord , strooisel (Den Bosch en Meierij); strossel; strooisel (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
strooisel , struisel , (onzijdig) , struisels , struiselke , strooisel , Ein ker struisel hoeale.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
strooisel , strossel , strôojsel , onzijdig en mannelijk zelfstandig naamwoord , "strooisel; Cees Robben – ’t Is sunt van de strôssel (19570601); Dorrus Misters - Behalve voedsel was er ook nodig strooisel (strouwsel), want die beestjes [varkens] moesten mest maken voor de tuin en het te pachten aardappelland. Dit strooisel moest gehaald worden uit de dennenbossen en schaarhoutwallen. Sommigen deden dat ongevraagd, maar dan stelden zij zich bloot aan een bekeuring door de veldwachter. De verstandigen vroegen daarom aan een bekende eigenaar van bos of wal een bewijs, waarbij hun verlof gegeven werd de afgevallen dennennaalden en het mos of de dode bladeren uit de wal te mogen verzamelen en naar huis te voeren. Tegen de avond zag men dan ook dikwerf moeders met volgeladen zakken op kruiwagens huiswaarts keren, geholpen door oudere kinderen of door vader, die voor een tijdje zijn getouw stil liet staan. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 6 ‘Paaseieren, namen en verdwenen gebruiken’; NTC 29-3-1951); Dorrus Misters  - het strouwsel (dit lijkt ons een samentrekking van strooisel en rouwsel, datgene wat in de dennenbossen en bij het schaarhout op de grond gevonden werd, spellen (dennennaalden), mos, varens, bladeren enz.) (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 6 ‘Hygiëne” in vroeger dagen’; NTC 28-4-1951); Pierre van Beek - Daar [op het politiebureau] verschenen regelmatig zulke typen als Jaona Verschuren, die voor negen cent een grote zak dennennaalden aan huis bezorgde, welke eerlijk in de bossen gevuld was. ""Jaona's stuultje"" was een vergroeide boomstam in 't bos van de familie Houben, waar zij uitrustte van 't naalden rapen en haar pijpke smoorde. (uit: Nieuwe Tilburgse Courant - 18 maart 1955: Tilburg als dorp: Verdwenen namen en typen); zie spèlle; Henk van Rijen - 'strossel'; WBD èlzestròssel - elzestrooisel (strooisel voor de koestal, hoofdzakelijk bestaande uit afgevallen elzebladeren); Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - tis nen strosselhôop (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1968)-het is een hoop strooisel (kaart- term: gezegd als men alleen maar kaarten in handen krijgt die men kan neergooien; Biks stroojsel zelfstandig naamwoord  - strooigoed; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - STREUSEL (uitspr strössel, met korte eu) zelfstandig naamwoord onzijdig  - strooisel (Kemp. Streusel veur de processie. Strossel veur de stal. K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - STRAUSEL: het geen onder de beester gestroid word, het zij dan kort stroo, heide, of het bovenste vab de groes, het geen tusschen de heggen word uitgekrabt; strossel - strooisel; Audioregistratie 1978 - …èn die moese hout gòn spròkkele as ze tös waare èn, dè witte wèl, èn strôojsel haole vur de vèèreke dèsse han èn de gèèt… (Interview met Heikanters - Transcriptie door Hans Hessels)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
strooisel , strouwsel , strooisel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut