elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: hekkendam

hekkendam , hekkendam , doorgang in de afrastering; opening tussen 2 palen (hekkenpoalen) die met een hek afgesloten kan worden.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
hekkendam , [brug met hek] , hëkkendam , brug over een sloot, waarop een hek
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
hekkendam , hekkendam , ekkedam , zelfstandig naamwoord , toegang tot de akker (Tilburg en Midden-Brabant); ekkedam; toegang tot akker of weide (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
hekkendam , hèkkendam , zelfstandig naamwoord , Brabantse spreekwoorden (Mandos): der is dees week nen hèkkedam (Handschrift Daamen 1916:) - een week met een feestdag (z.a.); N. Daamen (handschrift 1916) –  'hekkendam' - Er is van de week 'nen hekkendam (week met een feestdag)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut