elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gedaas

gedaas , gedwas , gedwassen , vreemde praat, woorden, handelingen, die aanduiden dat iemand een verkeerde daad wil plegen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
gedaas , gedaes , zelfstandig naamwoord , et; onzin die men uitkraamt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal