Missie

Hoewel het onderzoek naar aspecten van de Nederlandse grammatica bloeit, treedt er in toenemende mate versnippering op. Daardoor dreigt het onderlinge contact tussen de beoefenaars van het vakgebied te verwateren en is het steeds moeilijker om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen binnen de Nederlandse grammatica. Om die redenen wil de Dag van de Nederlandse Zinsbouw jaarlijks een forum bieden aan onderzoekers die samen een pluriforme ‘state of the art’ schetsen met betrekking tot een bepaald grammaticaal thema.

Het merendeel van de onderzoekers dat in het gebied van de Nederlandse grammatica actief is, woont in een klein land en dat biedt tal van voordelen. Zo kost het nauwelijks moeite om je collega’s op persoonlijk of inhoudelijk vlak te leren kennen en zijn er mogelijkheden te over om met elkaar in debat te treden. Het is dan ook niet meer dan logisch dat zowel centrale als perifere aspecten van de Nederlandse grammatica grondig en vanuit verschillende gezichtspunten besproken worden en dat deze debatten leiden tot een min of meer eenduidige ‘state of the art’.

Het hierboven geschetste ideaalbeeld is helaas ver verwijderd van de praktijk. Het lijkt erop dat ons vak de gevolgen van haar eigen succes met zich mee torst. Zo zijn de volgende drie op zichzelf positieve ontwikkelingen waar te nemen, die echter alle een schaduw-zijde hebben:

  1. Kwantiteit: De Nederlandse taalkunde is als vakgebied gedurende de laatste decennia enorm gegroeid. Dit heeft als gevolg dat de wereld waarin iedereen iedereen kent, verloren dreigt te gaan en vervangen wordt door een wereld waarin het niet langer vanzelfsprekend is dat men elkaars werk leest.
  2. Pluriformiteit:  De theorievorming is in toenemende mate pluriform: de Nederlandse taalkunde wordt vanuit tal van paradigma’s bestudeerd, en binnen die paradigma’s weer vanuit verschillende stromingen of specifieke theorieën. Helaas lijken de beoefenaars van de verschillende benaderingen niet altijd even intensief met elkaar te communiceren, waardoor pluriformiteit dreigt te verworden tot verzuiling.
  3. Internationalisering: Het onderzoek op het gebied van de Nederlandse taalkunde raakt steeds verder geïnternationaliseerd: de bestudering van het Nederlands krijgt in steeds sterkere mate een comparatief karakter, omdat de vergelijking van deelaspecten van het Nederlands met andere talen vaak tot de beste resultaten leidt. De discussie over de eigenschappen van ‘de Nederlandse grammatica’ dreigt hierdoor te versplinteren, en met name op mondiaal niveau plaats te vinden. Dit proces wordt tevens bevorderd doordat publicaties in de internationale A-tijdschriften steeds belangrijker worden.

Kortom, het vakgebied is bloeiend maar lijkt ook in toenemende mate versnipperd te raken, waardoor ook het onderling contact tussen de beoefenaars van het vakgebied lijkt te verwateren. Bovendien blijkt het steeds moeilijker om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op het gebied van de Nederlandse taalkunde. Hoewel deze ontwikkelingen begrijpelijk en deels onvermijdelijk zijn, zijn wij van mening dat het vakgebied gebaat is bij initiatieven met een bindende werking.

Met dit doel voor ogen ontwikkelen wij een nieuw initiatief met als doel de beoefenaars van de Nederlandse grammatica jaarlijks bijeen te brengen om hun licht te laten schijnen over een specifiek thema. Gekozen is dus voor thematisch georiënteerde bijeenkomsten. Hierdoor zal de discussie een optimale focus hebben, wat een vergelijking vergemakkelijkt, of die nu is tussen benaderingen binnen hetzelfde theoretische kader of tussen de verschillende kaders. Op een concrete manier zal duidelijk worden waar precies de overeenkomsten en verschillen liggen.

Hans Broekhuis
Olaf Koeneman
Voorjaar 2007

 

Just another WordPress site