English (United Kingdom)Nederlands (NL-BE)
Externe projecten

Een belangrijk deel van het onderzoek is georganiseerd in onderzoeksprojecten die uitgevoerd worden in samenwerking met externe partners en die extern gefinancierd worden. Hieronder volgt een lijst van dergelijke projecten voor zover die ook na 2006 worden uitgevoerd.


COgnition, Acquisition and VAriation Tool (COAVA)

Coördinator: prof. dr. L. Cornips
Projectteam: ir. M. Kemps-Snijders (Meertens), ing. Martin Snijders (Meertens), prof. dr. J. Swanenberg (Universiteit van Tilburg), drs. F. de Vriend (Meertens), dr. W. Heeringa (Meertens).
Financiering: CLARIN
Looptijd: 2011-2012
Meer informatie

Early successive bilingualism: Bilingual first language acquisition or child second language acquisition?

Coördinatoren: dr. L. Cornips, dr. S. Unsworth (Meertens/Utrecht), prof. dr. A.C.J. Hulk (UvA), in samenwerking met prof. dr. A. Sorace (Edinburgh), dr. E. Argyri (Edinburgh) en prof. dr. I. Tsimpli (Thessaloniki)
Financiering: NWO Meertaligheid en Taalverwerving programma
Looptijd: 2008-2010
Korte beschrijving:
Als gevolg van toenemende migratie worden veel kinderen vroeg in hun leven met een tweede taal geconfronteerd. Dit project, dat gecombineerd wordt met het VENI onderzoek van Unsworth (2008-2012), onderzoekt of het uitmaakt met welke leeftijd je begint met het leren van een tweede taal en hoeveel contact met de taal daarbij noodzakelijk is. Drie verschillende groepen van Engels/ Nederlands tweetaligen worden onderzocht, nl. (i) kinderen die vanaf geboorte twee talen leren, (ii) kinderen voor wie aanbod van de tweede taal niet vanaf de geboorte maar wel vóór het vierde jaar plaatsvindt en (iii) kinderen die pas nà het vijfde jaar beginnen met het leren van een tweede taal. Er wordt gekeken naar de verwerving van grammaticaal geslacht en van woordvolgorde. Meer informatie

European Dialect Syntax (Edisyn)

Coördinator: prof.dr. S. Barbiers
Medewerkers: MA E. Boef (oio), dr. M. Lekakou (postdoc), MA F. Wesseling (oz-medewerker), drs. J.P. Kunst (technische ontwikkeling)
Financiering: ESF / EURYI
Looptijd: 2005 - 2010
Korte beschrijving:
Dit project heeft een vierledig doel: (i) documentatie en analyse van syntactische verdubbelingsverschijnselen in Europese dialecten; (ii) het opbouwen van een Europees netwerk van dialectsyntactici; (iii) het standaardiseren van methodologie, opslag en retrieval van syntactische data en (iv) het opzetten van een zoekmachine die meerdere (dialect)databases kan raadplegen via een enkele interface. Meer informatie

The Roots of Etnolects

Coördinatoren: prof.dr. F. Hinskens, prof.dr. P. Muysken (Radboud Universiteit)
Medewerkers: drs. A. van Wijngaarden (oio Meertens Instituut), drs. E. van Krieken (aio Radboud Universiteit)
Financiering: NWO-programma
Looptijd: 2005 - 2010
Korte beschrijving:
Naast het Indisch Nederlands en het Surinaams Nederlands ontstaan er heden ten dage andere etnisch gekleurde variëteiten (oftewel etnolecten) van het Nederlands. In dit project gaat het erom de wortels van deze etnolecten bloot te leggen. Putten etnolecten uit de lokale stadsdialecten, of staan ze daar los van? Vinden we in een etnolect de sporen terug van de tweede-taalverwervingsprocessen van de eerste generatie? Komen er elementen uit de oorspronkelijke moedertaal van de etnische groep in voor, en zo ja, welke? Hoe raakt een jongere ingevoerd in het etnolect? Meer informatie:  www.rootsofethnolects.nl

Tone and intrasegmental structure in West-Germanic dialects

Coördinatoren: dr. B. Hermans, dr. M. van Oostendorp, prof.dr. P. Boersma (UVA), dr. N. Smith (UVA)
Medewerkers: drs. B. Köhnlein (aio), drs. M. Prehn (aio) dr. W. Kehrein
(postdoc-UVA)
Financiering: NWO-programma
Looptijd: 2005 - 2009
Korte beschrijving:
De 'Frankische' dialecten in het grensgebied van Nederland, Duitsland, België en Luxemburg hebben een interessante fonologische eigenschap: ze kennen een lexicaal tooncontrast, dat wil zeggen dat woordbetekenis afhankelijk kan zijn van toon. Ook de relatie tussen toon en segmentstructuur is nog onvoldoende onderzocht. In dit programma worden drie gerelateerde onderzoeksprojecten uitgevoerd die te maken hebben met Frankische tonologie, waarbij een poging wordt gedaan om deze dialecten te integreren in een typologie van toontalen.

Update Corpus van Reenen-Mulder 14de-eeuws Middelnederlands

Coördinator: prof. dr. P. Th. van Reenen, dr . M. Rem
Medewerkers: drs. C. De Wulf, dr. H. van Halteren
Looptijd: 2009-2010
Korte beschrijving:
Het CRM is opgebouwd uit 14de-eeuwse Middelnederlandse oorkonden. De oorkonden zijn gedateerd, gelokaliseerd, gelemmatiseerd en morfologisch gecodeerd. In 2003 bestond het uit een kleine 3000 oorkonden, zie Rem 2003. Het project beoogt het corpus uit te breiden en te corrigeren. De uitbreiding betreft (a) oorkonden van Brussel Sint Goedele, samengesteld door M. Rem (deels in samenwerking met E. Kwakkel) en (b) oorkonden uit West-, Oost- en Frans Vlaanderen, benevens westelijk Brabant, samengesteld door C. De Wulf (deels in samenwerking met M. Rem).
Correcties op de bestaande codering en verdere lemmatisering en codering vinden plaats met behulp van programmatuur ontwikkeld door H. van Halteren.

Van dialect naar regiolect: hoe deze verandering wordt weerspiegeld in de productie en perceptie van de sprekers.

Coördinator: prof.dr. F.L.M.P. Hinskens
Medewerker: dr. W.J. Heeringa
Financiering: NWO Veni-beurs
Looptijd: 2007-2011
Korte beschrijving:
Op basis van 80 representatieve dialectvariëteiten wordt dialectverandering in 'schijnbare tijd' (dat wil zeggen die zich aftekenen bij het vergelijken van dialectgebruik van sprekers van verschillende leeftijdsgroepen) bestudeerd op basis van trancripties en op basis van een webgebaseerd perceptieonderzoek. Vragen die we willen beantwoorden zijn: convergeren dialecten naar elkaar en naar het standaard Nederlands? Versmelten kleine dialectgebieden tot grotere regiolectgebieden? Op welk taalkundig niveau is de verandering vooral merkbaar: op lexicaal, morfologisch of klankcomponentenniveau? Het laatste niveau splitsen we verder uit in lexicaal fonologisch, postlexicaal en zuiver fonetisch. Tenslotte proberen we te achterhalen of verandering in de perceptie die in de productie volgt, of juist andersom.

Variation in Inflection (Variflex)

Coördinatoren: prof.dr. H.J. Bennis & prof.dr. F. Weerman (UVA)
Medewerkers: drs. A. Maclean (aio), dr. E. Blom (postdoc UVA),
drs. D. Polisenska (aio UVA)
Financiering: NWO-programma
Looptijd: 2003 - 2009 (2 dissertaties nog te verschijnen in 2009/2010)
Korte beschrijving:
Onderzoek naar de morfosyntactische variatie die kan worden aangetroffen bij verbale en adjectivale flectie in het Nederlands. Verschillende dimensies van taalvariatie worden daarbij met elkaar vergeleken: geografische variatie, diachrone variatie, variatie bij eerste-taalverwerving en bij tweede-taalverwerving.