Verschenen Boeken 2003

 


     
  Heerlens Nederlands

Leonie Cornips



ISBN 90-1209-016-4
120 pagina's
Den Haag, SDU, 2003

Waarom heet het Heerlens Nederlands ook Misjmasj, Hollands mit knoebele, Steenkolenhollands of Kuilhollands? Wat betekent de uitdrukking Het wordt me slecht? Wie is een winkbül? Wat bedoelen de Heerlenaren met de zin Hij drinkt zich ene?

Het Heerlens Nederlands vertoont heel veel elementen uit het Heerlense dialect en/of de Limburgse dialecten. Het Heerlens Nederlands is een zeer jonge unieke taalvariëteit die geen Algemeen Nederlands en ook geen Limburgs dialect is, maar iets er tussenin. Het is geen verbasterd Nederlands en ook geen dialect vol fouten, maar een nieuwe mengtaal met een geheel eigen grammatica. Dit is zo ontstaan omdat Heerlen in het begin van de twintigste eeuw het centrum van de Oostelijke Mijnstreek was. Het was tijdens de explosieve groei van de steenkoolindustrie lastig voor de enorme aantallen mijnwerkers, uit voornamelijk Oost-Nederland en uit diverse delen van Europa, om elkaar te verstaan. Als gevolg hiervan ontstond er een soort 'steenkolennederlands'.

Leonie Cornips (1960) promoveerde in 1994 bij de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over het Algemeen Nederlands van Heerlen. Zij is zelf moedertaalspreekster van het Algemeen Nederlands en publiceerde veel artikelen over onder andere deze taalvariëteit. Zij is als senior-onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Variatielinguïstiek aan het Meertens Instituut.

Uit de serie Taal in Stad en Land
Te verkrijgen in de boekhandel of bij de SDU
€ 12,50



  Fonologie
Uitnodiging tot de klankleer van het Nederlands

Jan Kooij en Marc van Oostendorp



ISBN 90-5356-622-8
ingenaaid, 236 pagina's
241 x 160 x 15 mm
433 gram
met illustraties
Amsterdam University Press, 2003

Momenteel zijn er geen deugdelijke inleidingen in de moderne Nederlandse klankleer op de markt: de meest recente boeken over dit onderwerp stammen uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. De vele nieuwe ontwikkelingen die in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden, zowel in het vak als in het (hoger) onderwijs, vragen om een nieuwe benadering. Dit boek vult die ontstane leemte.

De auteurs bieden in Fonologie een heldere en toegankelijke inleiding in de klankstructuur van het Nederlands. Het maakt de lezer (en de student) vertrouwd met de manier waarop we klinkers en medeklinkers vormen, hoe we aan sommige lettergrepen klemtoon toekennen en hoe we intoneren om woorden in een zin bijzondere nadruk te geven. Behalve aan de standaardtaal besteedt Fonologie ook uitgebreid aandacht aan de verschijnselen in Nederlandse dialecten en andere varianten, en in beperkte mate - aan andere talen dan het Nederlands. In aparte hoofdstukken komen ook de fonetische (fysieke en akoestische) aspecten, en de relatie tussen klank en spelling aan de orde.

Jan Kooij is hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden.
Marc van Oostendorp is senior-onderzoeker Fonologie bij het Meertens Instituut in Amsterdam en vaste medewerker van het Genootschap Onze Taal.



  Linguistics in the Netherlands 2003

Edited by Leonie Cornips and Paula Fikkert
Meertens Institute / Univeristy of Nijmegen


ISBN 90-2723-163-X
paperback
225 pagina's
John Benjamins Publishing Company, 2003
€ 84.00



 




  Publicaties over plantennamen
in Nederland, Nederlandstalig België en Frans-Vlaanderen
(werken van de koninklijke commissie voor toponymie en dialectologie, Vlaamse afdeling)

Har Brok


160 pagina's
Tongeren, Drukkerij George Michiels N.V., 2003




 


  Rituele depots
De droesem van het leven

Gerard Rooijakkers


32 pagina's
Den Haag, Nationaal Archief, 2003


De Ketelaar-lezing is in 2002 ingesteld door het Nationaal Archief, bij het vertrek van prof. dr. Eric Ketelaar uit de Rijksarchiefdienst. Het Nationaal Archief is de plaats waar vele bronnen voor de Nederlandse geschiedenis te vinden zijn. De collectie omvat meer dan 90 kilometer archief, 300.000 kaarten en tekeningen, alsmede een miljoen foto's en negatieven. Het beeld van ons verleden is voor een groot deel bepaald door de informatie die in deze bronnen te vinden is. In deze Ketelaar-lezing wordt een nieuwe kijk geboden op de manier waarop met bronnen uit het verleden wordt omgegaan. Zijn archiefdepots slechts rituele depots? Moeten we ordelijk vergeten in plaats van ordelijk bewaren? Het betoog gaat over selectie en archiefvorming, onthouden en vergeten, erfgoed en afval.

verkrijgbaar bij het Nationaal Archief