Vragen over Zwarte Piet

gepubliceerd op 30-11-2018; herziene versie van een tekst uit 2013

De controverse rond Zwarte Piet laat zien hoe eens schijnbaar triviale elementen uit de feestcultuur fundamentele vragen over democratie, gelijkheid, rechtsorde en identiteit kunnen oproepen. In de controverse worden steeds dezelfde vragen gesteld en komen vaak vergelijkbare kwesties aan de orde. Omdat het hier gaat om grote onderwerpen die raken aan de basis van onze staat en samenleving, zijn er geen eenduidige of eenvoudige antwoorden te geven. Het is het doel van deze pagina om, gebaseerd op ons lopende wetenschappelijke onderzoek, het verband duidelijk te maken tussen deze terugkomende vragen en de grotere onderwerpen waaraan zij raken.

  • Sinds wanneer bestaat de controverse rondom Zwarte Piet?

De kritiek op de figuur van Zwarte Piet bestaat al minstens sinds 1930. Toen wijdde De Groene Amsterdammer een heel nummer aan raciale stereotypen, waarin ook kritiek werd geuit op Zwarte Piet. Sindsdien is de kritiek steeds teruggekomen, vanuit uiteenlopende richtingen. Zo maakten Afrikaans-Amerikaanse soldaten die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland gelegerd waren hun bezwaar tegen Zwarte Pieten in de krant kenbaar. In 1968 publiceerde Riet Grünbauer, een bewoonster van De Bilt, een opiniestuk waarin zij zich keerde tegen ‘de oude traditie [van] de neger als slaaf voor te stellen.’ Vanaf de jaren 1970 kreeg de kritiek op Zwarte Piet een structureel karakter, mede doordat Surinaamse organisaties in Nederland zich op dit onderwerp gingen richten. Het protest tegen Zwarte Piet vond ook bredere weerklank in Nederland. Op lagere scholen en crèches verschenen hier en daar gekleurde pieten. Samenvattend kan gesteld worden dat Zwarte Piet sinds de tweede helft van de twintigste eeuw voortdurend een onderwerp van discussie is geweest. In de eenentwintigste eeuw is de controverse uitgegroeid tot een landelijke kwestie die het hele jaar door speelt in talkshows, de rechtszaal, de media, het parlement, en in het erfgoeddomein. Belangrijke momenten in de controverse waren het kunstproject Read the Masks. Tradition is not Given in het Van Abbemuseum (Eindhoven) in 2008, het kunstproject Zwarte Piet is Racisme in 2011, en de kritiek op Zwarte Piet door Verene Shepherd van de Working Group of Experts on People of African Descent (WGEPAD) in 2013. De laatste heeft met mandaat van de VN onderzoek gedaan naar de discriminerende dimensies van het sinterklaasfeest.

Met name sinds 2008 zijn de voorstanders van Zwarte Piet zich gaan organiseren. In 2014 werd de Stichting Sint & Pietengilde opgericht, dat zich als ‘nationale spreekbuis’ opwierp, en de kritiek op Zwarte Piet bestrijdde. Ook politici zoals Rita Verdonk, Martin Bosma en Halbe Zijlstra brachten hun stem uit voor het behoud van Zwarte Piet. Op initiatief van het gilde werd het Sinterklaasfeest op de nationale inventaris van Immaterieel erfgoed geplaatst.

  • Waarom wordt er op de dag van de intocht gedemonstreerd?

De kritiek op Zwarte Piet bestaat al zeker sinds het nummer van de Groene Amsterdammer in 1930. Daarna is de kritiek alleen maar toegenomen, maar tot 2011 werd er nooit tijdens de intocht zelf gedemonstreerd. De discussie vond plaats in tv-programma’s, via publicaties, of kunstprojecten. Publieke demonstraties zijn er ook geweest, maar niet tijdens de intocht. Deze eerdere vormen van demonstratie hebben maar in beperkte mate aandacht gecreëerd, en tot weinig verandering geleid. Daarom kozen Quinsy Gario en Jerry Afriyie in 2011 voor een meer zichtbare aanpak: tijdens de intocht in Dordrecht stonden zij met een T-shirt met de leus Zwarte Piet is Racisme. Dit zette een serie van gebeurtenissen in gang waarvan we de consequenties tot op de dag van vandaag terugzien.

De kracht van ritueel helpt te begrijpen waarom de controverse rondom Zwarte Piet het duidelijkst tot uiting komt op de dag van de intocht. Het ritueel van de intocht, waar ook de live uitzending op televisie, het sinterklaasjournaal, en de vele lokale intochten onderdeel van zijn en waar overal in Nederland mensen naar kijken of aan meedoen, is het centrale, collectieve moment van de Sinterklaasviering. Daarom is de intocht voor zowel de voor- als de tegenstanders van Zwarte Piet het moment bij uitstek waarop zij hun standpunten voor het oog van de natie kunnen uitdragen. Voorstanders van Zwarte Piet ervaren de intocht van Sinterklaas en al haar onderdelen als een welhaast, heilig ritueel en daarmee dus in principe onaantastbaar. Voor de tegenstanders is deze heiligheid of onaantastbaarheid juist het probleem: de figuur van Zwarte Piet heeft invloed op hun dagelijks leven, maar wordt onbespreekbaar of onbereikbaar voor kritiek.

Het gevoel dat de intocht, of het sinterklaasfeest in bredere zin, heilig en onaantastbaar is leidt tot een conflict met het recht op betoging. De grondwet kent geen beperkingen van het recht op betoging mits deze volgens de wet plaatsvindt (zie de Wet Openbare Manifestaties en de conclusies van de Nationale Ombudsman). Een deel van de voorstanders vindt echter dat dit grondrecht niet tijdens de intocht geldt. Hiermee brengt de controverse een fundamentele kwestie aan het licht: gaat het behoud van cultuur boven de grondrechten die de grondwet mensen in Nederland belooft?

  • Wil de meerderheid Zwarte Piet houden zoals hij is?

Regelmatig wordt gesteld dat de overgrote meerderheid van mensen in Nederland wil dat Zwarte Piet zwart blijft. Uit enquêtes blijkt inderdaad dat een meerderheid onder de respondenten aangeeft geen verandering van Zwarte Piet te willen. Uit de opiniepeilingen van EenVandaag blijkt echter dat de afgelopen jaren steeds meer mensen openstaan voor verandering. Terwijl in 2013 nog 89 procent van de respondenten geen verandering wilde, was dat percentage in 2017 teruggelopen naar 68 procent. Daarnaast hebben zich op verschillende momenten ook prominente Nederlanders uitgesproken voor een verandering van Zwarte Piet. Zo lieten 200 bekende Nederlanders zich in 2017 op de foto zetten met een T-shirt waarop de leus stond: Zwarte Piet is racisme. Het draagvlak voor het traditionele uiterlijk van Zwarte Piet, zo concludeerde EenVandaag in 2017, lijkt terug te lopen. Er zijn echter wel regionale verschillen. Uit de EenVandaag-enquête blijkt dat men in Friesland het meest gehecht is aan het traditionele uiterlijk van Zwarte Piet. Ook een niet-representatieve rondgang van Omroep Brabant kwam in 2018 tot de conclusie dat mensen in Brabant over het algemeen gehecht zijn aan de traditionele Zwarte Piet. Daarnaast lijken ouderen meer gehecht aan de figuur dan jongeren.

  • Is het sinterklaasfeest cultureel erfgoed?

Sinds 2015 staat het sinterklaasfeest op de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland. Deze lijst wordt gecoördineerd door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, op basis van voordrachten van beoefenaars van tradities en feesten. In het geval van het sinterklaasfeest is deze aangemeld door de Stichting Sint & Pietengilde. Formeel is dus het sinterklaasfeest cultureel erfgoed in Nederland.

De vraag of iets cultureel erfgoed is grijpt doorgaans terug op ideeën over oorspronkelijkheid en echtheid. Cultureel erfgoed verwijst hier vaak naar een gedeeld verleden dat een gemeenschap samen bindt. Naast de formele classificatie als erfgoed gaat het dan om de vraag wie bij dit verleden, en dus wie bij de gemeenschap behoren, en wie niet. Kwesties over hoe het sinterklaasfeest gevierd moet worden (met of zonder Zwarte Piet) raken daarmee aan bredere maatschappelijke kwesties van diversiteit, identiteit en processen van in- en uitsluiting.

  • Wordt sinterklaas ook elders gevierd?

Ja. Feesten waarin Sinterklaas een rol speelt komen we ook in andere Europese landen tegen, bijvoorbeeld in Frankrijk, Duitsland, Polen, Oostenrijk, en België. De Santa Claus in de Verenigde Staten heeft zijn oorsprong in Europa. In Nederland (en Vlaanderen) wordt sinterklaas wel in een andere vorm gevierd dan elders. Ten eerste is het in Nederland meer een landelijke gebeurtenis dan elders. De landelijke intocht, live uitgezonden op de nationale televisie, het landelijke sinterklaasjournaal, en de alomtegenwoordigheid van Sint Nicolaasattributen in november komen op deze manier alleen in Nederland voor. Ten tweede bestaat Zwarte Piet behalve in Nederland, de Nederlandse Antillen, en Suriname alleen in België. Ook de traditie van de surprises bestaat in deze vorm alleen in Nederland.

Dat wil echter niet zeggen dat er geen invloeden van elders zijn. Figuren zoals de Duitse Knecht Ruprecht of de Oostenrijkse Krampus kunnen een invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de figuur van de helper van Sint Nicolaas in Nederland. Ook wordt er wel een verband gelegd met een 18de-19de eeuwse sinterklaas, ook wel Zwarte Klaas genoemd.  Zwart geschminkt of gemaskerd en  met een donkere mantel ging deze figuur langs de huizen om kinderen bang te maken.

Voor cultuur in het algemeen geldt dat deze niet afgebakend en onveranderlijk is, maar dat deze beïnvloed wordt door andere tradities en culturele vormen. Ongeacht de wel of niet gemeenschappelijke overeenkomsten en ontstaansgeschiedenissen hebben de figuren van helpers van Sinterklaas zich in een aantal opzichten ook onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Voor de Nederlandse Zwarte Piet geldt dat deze steeds meer verweven is geraakt met dominante stereotype beelden van zwarte mensen, zoals dikke rode lippen, kroeshaar en oorbellen. Anders dan in andere delen van Europa werd Zwarte Piet ook expliciet als ‘neger’ omschreven met de kwaliteit die aan deze figuur toegeschreven werden (dom, jolig, zwart maar goed).

  • Hoe oud is het Sint Nicolaasfeest?

Een vaak aangehaald argument voor het behoud van Zwarte Piet is dat het sinterklaasfeest in Nederland al eeuwen gevierd wordt. Een korte blik op de geschiedenis van het sinterklaasfeest laat zien dat dit klopt. Sint Nicolaas is een katholieke bisschop die volgens overleveringen in 342 in het Turkse Myra op 6 december is gestorven en die daarna als heilige in heel Europa vereerd werd. Binnen die devotionele viering is op een gegeven moment ook de viering van Sint Nicolaas als specifiek kinderfeest, sinterklaas, ontstaan. De oudste aanwijzingen daarvoor dateren uit de 12e eeuw in Frankrijk. Voor Nederland is er al een mogelijke 14e-eeuwse verwijzing uit Dordrecht. Meer concrete informatie over het geven van cadeaus en het 'zetten van de schoen' is er uit de 16e eeuw. Met andere woorden: het is niet helemaal duidelijk wanneer het vereren van de heilige overgegaan is in het vieren van het sinterklaasfeest. In Nederland is het kinderfeest waarschijnlijk al zo’n 500 jaar oud. Omdat tradities dynamisch zijn en constant veranderen zijn bepaalde onderdelen van de viering – zoals Zwarte Piet – van later datum.

  • Sinds wanneer heeft de Sint een knecht?

Sint Nicolaas heeft in de Nederlandse sinterklaastraditie op een gegeven moment een knecht als hulp gekregen. Uit de 16e en de 17e eeuw bestaan voor diens aanwezigheid geen aanwijzingen. De Sint opereerde alleen, hij kwam niet binnen, en de kinderen zagen hem nooit als hij met zijn paard over het dak reed, en de cadeautjes door de schoorsteen naar binnen gooide.

Op het schilderij Het Sint-Nicolaasfeest van Jan Steen uit de zeventiende eeuw zien we een huilend stout jongetje dat de roe in zijn schoen heeft gevonden, een lief meisje dat mooie cadeautjes krijgt, en een man die aan een jongen het gat van de schoorsteen wijst. In een versje over Sinterklaas uit het einde van de achttiende eeuw is voor het eerst sprake van een 'knecht'. De bijbehorende prent is echter, vanwege de ruiter met paard-afbeelding ('Sint') en dresseur ('knecht') met zweep, uit een ouder rijschoolboek overgenomen en biedt daarom geen informatie over het toenmalige uiterlijk van de knecht. We mogen daarom veronderstellen dat tegen het einde van de achttiende eeuw – maar mogelijk ook eerder – aan de sinterklaastraditie een knecht verbonden is geraakt, die Sint helpt bij het uitdelen van de pakjes.

  • Sinds wanneer is die knecht zwart?

Een eerste vermelding van Sints zwarte knecht betreft het jaar 1828, niet als directe bron uit die tijd, maar als een herinnering uit 1884. Er wordt dan gesproken van 'Pieter me knecht' zijnde een 'kroesharige neger'. De eerste afbeelding van Sints zwarte knecht komt voor in Jan Schenkmans prentenboek Sint Nicolaas en zijn knecht uit 1850.

Hierop is de knecht een donkere man die in een volgende druk van het boek van 1858 is getransformeerd in een zwarte man met een stereotype page-uitmonstering met pofbroek en baret. Schenkman heeft de zwarte knecht dus niet zelf uitgevonden, maar wel gecanoniseerd. Tegenwoordig treedt Zwarte Piet niet zozeer meer op als knecht en is (met uitzondering van de oudere sinterklaasliedjes) ook zijn aanduiding als ‘knecht’ grotendeels uit het dagelijkse taalgebruik verdwenen. Het is (Zwarte) Piet of Pieterbaas geworden. Er is nu bovendien een groot aantal Pieten bijgekomen met specifieke taken, zoals de Pakjespiet, de Wegwijspiet etcetera.

  •  
  • Wat is de connectie tussen Zwarte Piet en slavernij?

Er zijn geen bronnen gevonden waaruit blijkt dat Jan Schenkman met Zwarte Piet bewust een slaaf wilde nabootsen. Voor zover bekend was Schenkman noch voorvechter van de slavernij noch bestrijder. Dat wil echter niet zeggen dat de figuur van Zwarte Piet los staat van de tijd waarin hij ontstond.

Schenkman leefde in een tijd waarin de slavernij in de Nederlandse koloniën nog volop bestond. De slavernij werd in Suriname en de Nederlandse Antillen in 1863 afgeschaft, dus 13 jaar ná de publicatie van Sint Nicolaas en zijn knecht. De slavernij in Noord- en Zuid-Amerika ging gepaard met een hiërarchisch wereldbeeld waarmee witte Europeanen imperialisme en uitbuiting rechtvaardigden. In die tijd ontstond het beeld van de ‘neger’, een inferieur wezen zonder geschiedenis, zonder gevoelens, en met een zeer laag intellect. Tegelijk ging er ook een fascinatie van deze figuur uit: het wilde en gevaarlijke, de uitbundige seksualiteit (verbeeld in grote geslachtsdelen), de geheimzinnige magie, de muzikaliteit, en het zorgeloze plezier.

In de literatuur van de achttiende en negentiende eeuw is dit op veelvuldige manieren verbeeld, resulterend in bekende tropen zoals de voluptueuze negerin (bijvoorbeeld in Charles Baudelaire), de ‘happy darky’ zoals oom Tom (Beecher Stowe), en de meelijwekkende slaven van Voltaire, Behn, en Stedman. Deze auteurs werden allemaal veel gelezen in Nederland.

Voor Schenkman was Zwarte Piet niet zwart van roet, maar, zoals hij in Sint Nicolaas en zijn knecht schreef, ‘zwart van kleur’. Uit het vers en de afbeelding blijkt dat Piet op het dak staat en  ‘app’len’ door de schoorsteen gooit. Voor Schenkman was Zwarte Piet ook een ‘knecht’: ‘Zijn knecht draagt de geldkist / O zie hoe hij zweet’. Zwarte Piet is daarmee geen uitzondering, maar onderdeel van een bestaande beeldtraditie waarvan Schenkman als onderwijzer op de hoogte moet zijn geweest.

De verhouding tussen Zwarte Piet en Sint Nicolaas weerspiegelt dus precies deze hiërarchie: de Sint heeft een naam, een hagiografie, een verjaar-/sterfdag, en er is maar één Sint. Piet is geen naam maar een type (daarom heb je ook pakjespieten, hoofdpieten, snotpieten, en zeurpieten). Piet heeft geen biografie, hij is nergens geboren, en er zijn talloze Pieten. De verhouding tussen Sint en Piet is als die tussen een persoon en een type. Dat deze verhouding vriendschappelijk is doet hierbij niet ter zake. Het blijft een hiërarchische verhouding die niet los valt te zien van de specifieke historische context waarin de figuur van Zwarte Piet is ontstaan.

  • Heeft Zwarte Piet iets te maken met de raven van Wodan?

Net zoals mythische figuren als de Duitse Knecht Ruprecht en de Oostenrijkse Krampus invloed kunnen hebben gehad op de ontwikkeling van de figuur Zwarte Piet, kan dit in principe ook gelden voor figuren uit de Germaanse mythologie. Volgens sommige interpretaties bestaat er een verband tussen de zwarte raven Huginn en Muninn en de figuur van Zwarte Piet. Deze raven hielden de Germaanse god Wodan/Odin op de hoogte van de dagelijkse gang van zaken in de wereld, vergelijkbaar met hoe Zwarte Piet door de schoorsteen luistert en Sinterklaas vertelt wat hij heeft gehoord. Er bestaan echter geen bronnen die deze interpretatie ondersteunen.

  • Is Zwarte Piet zwart van de schoorsteen?

Een argument voor het behoud van Zwarte Piet is dat hij in het verhaal geen zwart persoon voorstelt, maar zwart geworden is door de schoorsteen. Voor kinderen maken de inconsistenties in dit verhaal niet uit. Zij zien niet dat, vreemd genoeg, alleen zijn gezicht zwart is geworden, maar dat zijn kleren schoon zijn gebleven. Ook het feit dat tegenwoordig de meeste huizen geen schoorstenen meer hebben, of dat de Pieten op de boot al zwart zijn is niet relevant voor hen die in Sinterklaas en Zwarte Piet geloven. In de Zwarte Piet-controverse neemt het schoorsteenargument echter een belangrijke plaats in. Hierbij wordt het argument gemaakt dat het zwart van Zwarte Piet niets met een raciaal stereotype te maken heeft, en dat het hier gaat om roet en niet om een huidskleur. De NTR heeft dit verhaal in de praktijk gebracht door vanaf 2014 steeds meer in te zetten op de roetveegpiet.

  • Wat is een raciaal stereotype?

Voor het behoud van Zwarte Piet wordt vaak ingebracht dat het hier gaat om een vorm van maskerade. Het zwart maken van het gezicht is inderdaad een algemene vorm waarmee mensen uit alle tijden een andere persoonlijkheid of andere gedaante konden aannemen. Belangrijk hier is dat het gaat om een universele fascinatie voor gedaanteverandering en het plezier in spel en theatrale vertolking. Zwarte Piet heeft al deze dimensies, maar dat betekent niet dat maskerade altijd neutraal is. In het geval van Zwarte Piet gaat het om een vorm van maskerade waarvan de geschiedenis verweven is met een stereotyperende vertolking van zwarte mensen.

In de negentiende eeuw kwamen in de Verenigde Staten de zogenaamde minstrel shows in de mode. Het ging om witte acteurs die met zwart geschminkte gezichten optraden en de ‘cultuur’ van Afrikaanse Amerikanen nabootsten. Doordat de meeste witte Amerikanen nauwelijks in aanraking kwamen met zwarte Amerikanen ging het hier vooral om de manier waarop witte Amerikanen aankeken tegen Afrikaanse Amerikanen. De minstrel shows schetsten een karikaturaal beeld van dommige, jolige, muzikale en zorgeloze figuren. In 1847 introduceerde een groep onder de naam Neger Lantium Ethiopian Serenaders het fenomeen in Nederland. De optredens in landelijke en stedelijke theaters werden doorgaans positief gerecenseerd en de groep was populair onder alle lagen van de bevolking.

In oudere prentenboeken en strips is goed te zien welk stereotype er werd gegeven van de Afrikaan: een zwart gezicht, grote (rode) lippen, afrokapsel, gouden oorbellen, wild, onbetrouwbaar, grappen en grollen makend, kinderlijk en krompratend. Deze stereotypering was het meest manifest in de eerste helft van de 20e eeuw. Er bestaan duidelijke iconografische overeenkomsten tussen dit stereotype en Zwarte Piet. De strip Kuifje in Afrika is in de herdrukken inmiddels van zijn meest racistische trekken ontdaan. Sjors en Sjimmie zijn ondertussen enorm gemoderniseerd, en ook Zwarte Piet is van een deel van zijn stereotype kenmerken af. Vroeger praatte hij nog krom Nederlands, gedroeg hij zich vaak als een domkop en als een clown, en was hij soms ook de boeman. De liedregels “Want ook al ben ik zwart als roet / Ik meen het wel goed” suggereren dat je van de goedheid van ‘de zwarte’ niet voetstoots kon uitgaan.

Zwarte Piet is dan wel een sprookjesfiguur, maar ook fantasiefiguren en beelden kunnen een belangrijke invloed hebben op hoe mensen de werkelijkheid ervaren en naar de wereld kijken. Andere bekende voorbeelden van invloedrijke fantasiefiguren zijn Barbie en de prinsessen en prinsen van Walt Disney.

  • Ligt de traditie van Sint en Piet vast, of zien we steeds veranderingen optreden?

Een vaak aangehaald argument voor het behoud van Zwarte Piet is dat het traditie is, en al eeuwen op deze manier wordt gevierd. Zoals alle feesten en rituelen is ook het sinterklaasfeest dynamisch en voortdurend in verandering. In het begin van de negentiende eeuw, toen er nog geen duidelijke knecht was, trad de Sint regelmatig zelf op als straffende boeman. Tegenwoordig strooit Piet geen snoepgoed meer over de vloer of de straat (om hygiënische redenen) maar geeft hij kinderen (zakjes) snoep in de hand. Piet haalt veel minder gevaarlijke capriolen uit, hij slaat geen stoute kinderen meer met de roe (hij heeft niet eens meer een roe) en hij neemt geen kinderen meer mee in de zak naar Spanje. Zijn rol als boeman is min of meer uitgespeeld. Als karakter heeft Piet zich – net zoals Sinterklaas in de negentiende eeuw – in de afgelopen decennia ontwikkeld van kinderschrik tot kindervriend.

  • Is Zwarte Piet racisme?

Dat hangt af van de definitie van racisme. Zeker in Nederland wordt vaak een definitie van racisme gehanteerd waarbij de omschrijving ‘racisme’ alleen aan de meest extreme gevallen toegekend wordt, bijvoorbeeld aan de lynchpartijen in de Verenigde Staten in de twintigste eeuw of de apartheid in Zuid-Afrika. Daarnaast wordt vaak een individualistische definitie gehanteerd: van racisme is alleen sprake als individuen bewust en uitdrukkelijk racistisch handelen en zichzelf ook als racist zien. Volgens deze definitie is Zwarte Piet geen racisme: immers, de meeste mensen die zich als Zwarte Piet verkleden willen niet racistisch zijn.

Maar er is ook een andere definitie die meer alledaagse en onbewuste vormen van racisme kent. Deze definitie van racisme vestigt de aandacht minder op het individu, en meer op structuren zoals bijvoorbeeld sociale netwerken, onbewuste, subtiele stereotypen, en blinde vlekken waardoor uitsluiting in stand kan worden gehouden. Een goed voorbeeld is het complimenteren met iemands Nederlands, terwijl Nederlands de moedertaal van degene is. Als volgens deze definitie gesteld wordt dat Zwarte Piet racisme is, gaat het niet om het individu, maar om een bredere context van beeldtaal waar Zwarte Piet zich toe verhoudt (zie de vraag: wat is een raciaal stereotype).

Het College van de Rechten van de Mens hanteert de tweede definitie. Het standpunt van het College is: ‘aan Zwarte Piet kleven discriminerende aspecten (...) En, ook als dit niet zo is bedoeld, kan een Zwarte Piet-figuur een negatief stereotiep beeld schetsen, dat discriminerende effecten kan hebben en als kwetsend kan worden ervaren’. Ook de Kinderombudsman hanteert deze definitie en concludeert dat ‘de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest.’