In november verschijnt het derde deel in de internationale handboekenserie Language and Space, dat helemaal toegespitst is op onderzoek naar taalvariatie in het Nederlandse taalgebied. Frans Hinskens van het Meertens Instituut stelde het boek samen met collega-taalwetenschapper Johan Taeldeman van de Universiteit Gent.

door Mathilde Jansen

"Dialecten vormen het scharnierpunt met het verleden," aldus Hinskens over Language and Space: Dutch. Want in feite is de serie een opvolger van het Duitstalige boek Dialektologie. Ein Handbuch zur deutschen  and algemeinen Dialektforschung  uit 1983, samengesteld door Werner Besch en collega’s. Maar taalvariatie wordt in de Engelstalige reeks Language and Space breder getrokken dan traditionele dialecten, legt Hinskens uit.

"Het gaat ook over nieuwere dialectvormen, zoals regiolecten en etnische variëteiten van het Nederlands. Over Nederlands buitengaats: Nederlands gesproken in Amerika, Duitsland, Australië. En over dochtertalen van het Nederlands: talen als het Afrikaans, maar ook creooltalen die een Nederlandse basis hebben en die nu grotendeels uitgestorven zijn."

Nederlandse primeur

Het 950 tellende boekwerk is de eerste titel in de reeks die is toegespitst op één specifiek taalgebied. Waarom heeft Nederland de primeur? Dat komt vooral doordat Hinskens al in een vroeg stadium betrokken was bij de totstandkoming van de reeks Language and Space, een initiatief van de Duitse taalkundige Jürgen Erich Schmidt. "De eerste twee delen in de reeks gaan in op theoretische en methodologische aspecten van taalvariatie enerzijds en cartografische technieken anderzijds. Hierna ontstond de wens om taalvariatie in verschillende taalgebieden te beschrijven."

Behalve een boek over het Nederlands, dat binnenkort verschijnt, en een over het Duits, dat in voorbereiding is, zullen ook andere talen volgen. "Frans en Spaans zijn al genoemd. Grotendeels zullen die delen op dezelfde manier zijn opgebouwd, zodat vergelijking mogelijk is. Maar er zullen natuurlijk accentverschillen zijn. In Nederland is bijvoorbeeld heel weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen taal en sociale netwerken, terwijl daar in Spanje wél veel onderzoek naar is gedaan. In dat opzicht gaan de boeken van elkaar verschillen."

Regiolecten

Het handboek beschrijft in de eerste plaats de traditionele dialecten die in Nederland en Vlaanderen gesproken worden. Zo worden in het boek zes dialectgebieden onderscheiden: West-Vlaanderen en Zeeland, Oost-Vlaanderen, Brabant, Limburg, Holland en Utrecht en het Nedersaksisch taalgebied.

Kaart uit Dialectatlas: copyright Peter Kleiweg en John Nerbonne

Fries valt buiten het perspectief om allerlei redenen, aldus Hinskens: "Historisch staat het Fries in de stamboom van de Germaanse talen op een heel andere plaats dan het Nederlands. En de huidige situatie van het Fries is ook veel complexer dan die van het gemiddelde Nederlandse dialect. Het verdient in feite een eigen deel in de reeks. Wel zijn de rafelrandjes van het Fries meegenomen, waar het Fries in contact is geweest met het Hollands. Denk aan het Stadsfries, dat gesproken wordt in een aantal Friese steden, maar ook het Stellingwerfs. De Stellingwerfse dialecten zijn de buitenechtelijke kinderen van Friese en Nedersaksische dialecten."

Naast de traditionele dialecten, is er ruimte voor allerlei tussenvariëteiten die zich bevinden op het continuüm tussen dialect en standaardtaal. Hinskens licht toe: "Vroeger was er een dialect en een standaardtaal  in een situatie van Never the twain shall meet. Nu zijn er allerlei variëteiten die daar tussenin liggen, zoals bijvoorbeeld het zogenoemde Verkavelingsvlaams dat ook wel Tussentaal wordt genoemd. De nadruk ligt nu veel meer op de regio. Een misvatting is dat die verschuiving op het continuüm uiteindelijk zou leiden tot het verdwijnen van het dialect. Er ontstaan eerder andere vormen van dialect, zoals regiolecten. En in onze multi-etnische maatschappij zijn er ook nog allerlei nieuwe etnolecten, zoals Marokkaans Nederlands en Turks Nederlands."

Multidisciplinair

In Language and Space: Dutch blikken Hinskens en Taeldeman  terug op het historisch dialectologisch onderzoek, maar werpen ze ook een blik op de toekomst. Een nieuwe tendens in het onderzoek naar taalvariatie is volgens Hinskens dat het steeds meer multidisciplinair wordt: "Dialectologie heeft zijn isolement opgegeven en richt zich meer en meer op andere takken van (taal)wetenschap. Binnen de taalwetenschap wordt taalvariatie nu ook benaderd vanuit formeel theoretisch perspectief en vanuit theorieën over taalcontact. Daarbuiten zijn er allerlei raakvlakken met vakgebieden als sociologie en etnolologie, maar ook de informatietechnologie wordt duidelijk belangrijker. Digitalisering van data maakt nu onderzoek mogelijk dat vroeger ondenkbaar was."

Frans Hinskens & Johan Taeldeman (eds.): Language and Space. An International Handbook of Linguistic Variation, Volume III: Dutch. (Series: Handbook of Linguistics and Communication Science (HSK)). Berlin and New York: Walter de Gruyter. Te verschijnen medio november 2013.

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief (november 2013) van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier.