Wanneer kwam Sinterklaas voor het eerst met de stoomboot in Nederland aan? En wanneer hield hij zijn eerste intocht?
Het idee om een echte Sinterklaas en Zwarte Piet(en) in een plaats te laten aankomen onstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het kinderboekje Sint Nikolaas en zijn knecht (Amsterdam 1850), met versjes en mooi gekleurde illustraties, van de Amsterdamse oud-onderwijzer Jan Schenkman heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Op de eerste twee plaatjes is te zien hoe Sinterklaas op een stoomboot een haven binnenkomt, waar kinderen hem enthousiast toewuiven, en hoe hij daarna te paard zijn ‘plegtige intogt’ houdt in een stad, waar de vlaggen voor hem uitgestoken zijn. Het boekje begint met het bekende ‘Zie ginds komt de stoomboot / Uit Spanje weêr aan’. Al snel verschenen er allerlei andere sinterklaasboekjes met soortgelijke illustraties. Die bijna reportage-achtige plaatjes zullen mensen op het idee gebracht hebben om zo’n aankomst en intocht in het echt na te gaan spelen.
 
Waar en wanneer dat voor het eerst gebeurd is, is John Helsloot van de afdeling etnologie aan het uitzoeken. Uit Zwolle komt een vroeg gegeven over een echte Sinterklaas te paard. In een buitenwijk daar hadden een paar welgestelde boeren in 1873 ‘een bekenden grappenmaker, verkleed als St.-Nicolaas, op een wit paard, een uur lang door die voorstad laten rondrijden om aan de arme kinderen suikergoed, enz. rond te strooijen en uit te deelen. De drukte was daarna, evenals in de geheele stad, ontzettend groot.’ Een echte intocht lijkt dat nog niet te zijn. Wel vrij dicht in de buurt daarvan komt de gekostumeerde stoet die de Utrechtse studenten in 1876 organiseerden. Naast allerlei andere figuren, maakte ook Sinterklaas daarvan deel uit: ‘Te Utrecht is het Sint-Nikolaasfeest op ongewone wijze gevierd. De grootste vrolijkheid bragten de studenten den geheele dag op straat. Met vier-, twee- en eenspan reden zij den ganschen dag rond. St. Nikolaas met zijn zwarten knecht werd door vier zwarte paarden, door twee negers gereden, de straten doorgevoerd, en toonde daarbij eene milddadigheid, die onuitputtelijk scheen; niet alleen werd onder de menigte ruimschoots suikergoed gestrooid, maar aan de dames werden gracieuselijk keurige bloemruikers toegeworpen.’ Die ook in later jaren herhaalde optochten zullen elders de aandacht getrokken hebben. Zoals in Breda in 1880: ‘Het was een eigenaardig denkbeeld van de Harmonie “Caecilia” om reeds Zondagavond ll. [28 november] door St.-Nicolaas en zijn knecht, beiden te paard en voorafgegaan door muziek, een ommegang door onze stad te doen plaats hebben. Dat dit denkbeeld bij de burgerij algemeen bijval vond, bleek genoegzaam daardoor dat de voorgestelde heilige van menigeen geschenken ontving, om die aan anderen te kunnen uitreiken, en door de vele honderden welke door dien ommegang op de been werden gebracht.’ Dit was dus vooral een manier om de aandacht te vestigen op een feest voor vooral arme schoolkinderen en om daarvoor cadeautjes op te halen. Dat soort rondgangen werd later ook in verscheidene andere plaatsen gehouden. Plaatselijke verenigingen, zoals in Breda de harmonie, en comités van notabelen werkten daarbij vaak samen. Als vanaf de jaren 1860 een echte Sinterklaas lagere scholen gaat bezoeken, groeit de ‘aanloop’ naar de school soms ook uit tot een soort intocht, vooral in kleinere plaatsen. Begin twintigste eeuw zien ook winkeliers de publicitaire mogelijkheden van een echte Sinterklaas. Zij laten Sinterklaas dan bijvoorbeeld in een koets de bestellingen rondbrengen. Dat trok uiteraard veel bekijks. Geleidelijk aan, met een versnelling in de jaren 1920-1930, groeit uit dit soort verschillende initiatieven de echte ‘intocht’, waarvan ook de begroeting door de burgemeester deel van gaat uitmaken. Waarschijnlijk wordt de intocht in veel plaatsen pas na de Tweede Wereldoorlog een jaarlijkse traditie.

Tegenwoordig is er vrijwel geen stad, stadje of (groter) dorp in Nederland waar Sinterklaas niet, op verzoek van allerlei sociaal-culturele verenigingen of winkeliersorganisaties, zijn intocht houdt, op een paard, in een rijtuig of een mooie oude auto. Het belang van de kinderen staat daarbij voorop, maar ook speelt de wens mee de eigen plaats cultureel en commercieel op de kaart te zetten. De sinds 1952 jaarlijkse televisie-uitzending van de aankomst en intocht van Sinterklaas heeft daar, paradoxalerwijs, waarschijnlijk aan bijgedragen. Die bood een model, maar ook de mogelijkheid om aan de eigen intocht een bijzonder, eigen accent te geven en zo gevoelens van lokale identiteit te ondersteunen.
 
Waar men Sint en Piet voor het eerst op een boot liet aankomen is nog evenmin achterhaald. De aankomt op een stoomboot in Amsterdam in 1934 trok in de tijd zelf veel aandacht. Toch had men dat in ieder geval in Arnhem en Zierikzee al zo’n tien jaar eerder op touw gezet. Omdat niet iedere plaats aan het water ligt in Nederland, bedacht men daar dat Sinterklaas dan per trein uit Spanje arriveerde. Dat gebeurde waarschijnlijk voor het eerst in de jaren 1910, dus mogelijk eerder dan de aankomst per boot – die natuurlijk meer organisatorisch vermogen vergt. Op tekeningen in sinterklaasboekjes is soms ook te zien hoe Sinterklaas in een vliegtuig naar Nederland reist, maar dat was vanzelfsprekend maar zelden te realiseren. Jan Schenkman liet in zijn boekje uit 1850 Sinterklaas en zijn knecht ook weer vertrekken uit Nederland, nota bene in een luchtballon. In latere uitgaven en in andere boekjes gebeurt dat per trein. De laatste jaren wordt ook dit vertrek van Sinterklaas, dan weer vaak met een boot, in verscheidene plaatsen nagespeeld. Het op die manier markeren van het eind van de sinterklaastijd is goed voor kinderen, maar voor winkeliers vanzelfsprekend wat minder aantrekkelijk.
 
Zie ook: Eugenie Boer en John Helsloot, Het Sinterklaasboek. Zwolle: Waanders 2010 (Tweede druk).
 
Het boekje van Jan Schenkman is in z’n geheel gereproduceerd in Henk van Benthem, Sint-Nicolaasliederen. Oorspronkelijke teksten en melodieën. Leidschendam 2009.

Afbeelding: Een latere uitgave van het boekje van Jan Schenkman
Foto: Intocht in Haarlem, 2004 (John Helsloot)

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier