Audiodigitalisering op het Meertens Instituut

Datum
4 maart 2015

Speciaal ter gelegenheid van de Week van het Digitaal Erfgoed (9 t/m 12 maart) geven we een kijkje in de geluidsstudio van het Meertens Instituut. Vanaf het begin staat deze onder leiding van Kees Grijpink, die expert is op het gebied van de audiodigitalisering. Door zijn gedegen kennis en investeringen in de modernste apparatuur, is het Meertens Instituut een van de koplopers als het gaat om audiodigitalisering in Nederland.

door Mathilde Jansen

6.382 uur aan audioopnames heeft hij de afgelopen vijftien jaar gedigitaliseerd aan het Meertens Instituut. Kees Grijpink werkt sinds 1996 als medewerker digitalisering en hoofd van de audiostudio. Daarvoor werkte hij  ook al in de audiodigitalisering, maar dan in de muziekwereld. Daar had hij het eindproces van cd’s van diverse grote bands in handen. Op het Meertens Instituut begon Grijpink aan een nieuwe uitdaging. Het digitaliseringswerk moest daar van de grond af opgebouwd worden. Grijpink: “Er was een bandrecorder, een cassettedek en een versterker. Dat was alles.”

Kees Grijpink in de audiostudio van het Meertens Instituut

Dialectenbureau

De eerste periode van zijn aanstelling – het Meertens Instituut was toen nog gevestigd aan de Keizersgracht – verdiepte Grijpink zich in het archief en maakte hij een plan voor digitalisering. Eind 1998 verhuisde het Meertens Instituut naar de Joan Muyskenweg. In het nieuwe gebouw – een oude Coca Cola-fabriek - werden twee geluidsstudio’s ingericht. Een klimaatruimte was al aanwezig. Deze wordt tot op heden gebruikt om de analoge (niet-digitale) geluidsopnames te bewaren.

Grijpink: “Die allereerste investering is heel groot geweest, maar was ook mogelijk door een opdracht van de Universiteit van Amsterdam. In die tijd hebben we alle geluidsopnames van de afdeling Fonetiek gedigitaliseerd. Daar zijn ook veel opnames bij van dialectologe Jo Daan. Uiteindelijk komen veel van die opnames van het vroegere Dialectenbureau. Die zijn later verdeeld over het Meertens Instituut en de UvA.”

Het conserveren en restaureren van dit eerste materiaal was heel arbeidsintensief, vertelt Grijpink: “Het waren voornamelijk opnames uit de jaren ’40, toen er nog geen bandrecorders waren. De geluidsdragers waren glazen acetaat platen. Daarvan kon je hooguit twee op een dag digitaliseren. Eerst maakte je een een-op-een kopie en dan moesten nog alle tikken en ruis eruit.”

Van analoog naar digitaal

Behalve over grammofoonplaten, beschikt het Meertens Instituut over heel divers geluidsmateriaal. “Normale geluidsbanden, cassettes, DAT-tapes. Eigenlijk vanalles.” En daar werkt Grijpink nog steeds mee, want de digitalisering van al dat oude materiaal is nog altijd in volle gang. Terwijl we in de studio zitten, loopt er een oude geluidsopname van kinderen uit De Zilk. De bewerkingstechnieken zijn wel enorm verbeterd, laat Grijpink zien, evenals de geluidsformaten.

“We hebben eerst een periode gehad waarin alle originele geluidsopnames overgezet werden op cd’s. Daarna moesten al die cd’s weer overgezet worden op een harde schrijf. Dat kon gelukkig automatisch. Nu hebben we alles digitaal. De kwaliteit is sindsdien omhoog geschoten. In het begin gebruikten we aiff, maar nu zitten we op een kwaliteit die twee keer zo hoog is. Dat heet bwf: broadcast wave format.”

In dat formaat worden alle opnames opgeslagen. Voor het onderzoek worden ze beschikbaar gesteld in mp3, omdat de bestanden anders te groot worden voor een normale computer. Alle data zijn op het Meertens Instituut beschikbaar via de server, zodat alle onderzoekers erbij kunnen. Evenals de aanvullende informatie die Grijpink invoert in zogenaamde databases. In de toekomst moeten al deze data ook nog eens beschikbaar worden voor mensen buiten het instituut.

Kennis uit Amerika

Het overzetten naar nieuwe formaten, blijft dat eigenlijk altijd doorgaan? “Ja”, zegt Grijpink,  “Wat dat betreft moet er geinvesteerd blijven worden in de ontwikkeling en opslag van digitale data.” Voor het overzetten van analoge naar digitale data is de techniek cruciaal, weet de geluidsexpert. Op het Meertens Instituut is die geavanceerde techniek voorhanden. “Wat dat betreft zijn we wel voorloper in Nederland.” Vandaar dat het Meertens Instituut niet alleen haar eigen materiaal digitaliseert, maar ook opdrachten uitvoert voor veel andere onderzoeksinstituten en universiteiten. “Tot het ministerie van Defensie aan toe.”

Kennis over de nieuwste audiostandaarden doet Grijpink voornamelijk op in de Verenigde Staten, waar hij ongeveer jaarlijks te gast is op het congres van de ARSC (Association for Recorded Sound Collections) of de Library of Congress in Washington D.C. bezoekt. “In Amerika zit veel meer kennis wat oude geluidsdragers betreft. De varieteit is er veel groter. Ze hebben bijvoorbeeld wasrollen in allerlei formaten. Maar wij hebben hier ook uniek materiaal, zoals de Dimafon, een magnetische grammofoonplaat. Daar hadden ze in Amerika nog nooit van gehoord.”

Winston Churchill

Het eind van de collectie begint in zicht te komen. Over vier jaar gaat Grijpink met pensioen en hoopt hij alles uit de eigen collectie gedigitaliseerd te hebben. “Dat is mijn streven. Er staat nog zeven meter aan ongedocumenteerde tapes in de klimaatruimte. Dat wordt de afsluiter van mijn loopbaan.” Over zijn werk kan Grijpink uren doorpraten. Hij houdt zichtbaar van zijn vak. Zelfs na al die jaren.

Grijpink: “Elke dag weer is het een uitdaging om een slechte opname te verbeteren. De inhoud gaat grotendeels langs me heen. Dat filter ik automatisch. Ik hoor alleen nog de fouten en die haal ik eruit. Maar je hebt natuurlijk wel eens een opname die zo bijzonder is dat je wel luistert. Zo had ik bij de collectie van de UvA een glazen plaat zonder label of extra informatie. En toen hoorde ik opeens de intocht van Winston Churchill in Amsterdam voorbij komen, met toespraken aan de UvA en Universiteit Leiden waar hij eredoctoraten kreeg. Dat maak je dan zomaar mee.”

Lees meer over audiodigitalisering op het Meertens Instituut

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (maart 2015) van het Meertens Instituut. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.