Nieuw in de digitale collectie: Neder-L, van e-post tot weblog

Vorige maand is het populaire elektronische tijdschrift Neder-L overgegaan naar een nieuwe thuishaven: Neerlandistiek.nl. Neder-L heeft zich, sinds de eerste digitale uitgave in 1992, gericht op verslaggeving van interessante ontwikkelingen in de Nederlandse taalwetenschap. De verhuizing van het elektronische tijdschrift bracht de vraag met zich mee wat er moest gebeuren met het archief van Neder-L.

Tante Pos

Neder-L is in de meer dan twintig jaar van haar bestaan uitgegroeid tot een drukbezochte online hotspot voor onderzoekers en andere geïnteresseerden in de neerlandistiek. Dit was bij het ontstaan van het tijdschrift, toen het internet nog een vrij onbekend medium was, vrijwel onvoorspelbaar. Ben Salemans, oud-redacteur van Neder-L, schreef in het eerste bulletin van mei 1992 het volgende:

'Veel neerlandici werken met computers (MSDOS, Apple MacIntosh,VAX/VMS, VM/CMS, etc.). Maar ze weten vaak niet dat hun computers via lokale, nationale en internationale computernetwerken aan elkaar zijn gekoppeld. Door die netwerken kunnen ze razendsnel met elkaar communiceren: een elektronisch postbericht ('electronic mail' of 'e-mail' of 'e-post') of een computerbestand is binnen een paar minuten op de plaats van bestemming. Zo snel is Tante Pos – in computerjargon ook wel ironisch aangeduid als 'snail-mail','slakkepost' - natuurlijk niet.' 

Wetenschappelijk erfgoed

Sinds de eerste ‘e-post’ is Neder-L sterk van vorm veranderd en overgegaan naar een actief weblog. Om het beheer en het uiterlijk van de site te verbeteren is er onlangs gekozen voor een nieuwe locatie. Daarnaast was het tijd voor een nieuwe naam: Neerlandistiek.nl. Neder-L met zijn kenmerkende uitgang (een erfenis uit de tijd van SURFnet toen alle nieuwsbrieven moesten verwijzen naar een ‘–Lijst’) is verdwenen. De nieuwe website draait via een van de servers van het Meertens Instituut.

De verhuizing van het elektronische tijdschrift bracht de vraag met zich mee wat er moest gebeuren met het werk dat op eerdere locaties was gepubliceerd. De inhoud van de bulletins, uit de periode 1992-2010, en de websites, die van 1997 tot april 2016 gebruikt werden, was niet centraal opgeslagen. Voor huidig hoofdredacteur en onderzoeker bij het Meertens Instituut, Marc van Oostendorp reden om aan de bel te trekken; de erfenis van Neder-L mag niet verloren gaan.

Van Oostendorp weet uit ervaring wat de waarde van Neder-L was en nog steeds is voor de neerlandistiek. De nieuwsbrieven en de website worden door wetenschappers actief gebruikt als informatiekanaal. Zij kunnen elkaar via deze weg vinden en anderen op een snelle en interactieve wijze op de hoogte brengen van nieuwe ontwikkelingen. Dat de neerlandici veel waarde hechten aan deze open vorm van communicatie blijkt wel uit het feit dat Neder-L een van de langstlopende nieuwsbrieven is binnen de wetenschappen.

Naast de inhoudelijke waarde voor neerlandici is de data van Neder-L ook interessant voor bestudering van wetenschappelijke en digitale communicatie. Hoe communiceren wetenschappers met elkaar? Wat is de invloed van de nieuwsbrieven? Hoe heeft het platform zich ontwikkeld? En op welke wijze reageren de lezers?

Een plek in het archief

Naar aanleiding van de wens om de data van Neder-L goed op te slaan is deze opgenomen in het digitale archief van het Meertens Instituut. De collectie Neder-L bestaat uit de inhoud van de nieuwsbrieven en de website tot aan de overgang naar Neerlandistiek.nl. Het Meertens Instituut is in het bezit van het Data Seal of Approval en kan een veilige, duurzame en toegankelijke opslag van de verzameling waarborgen.  

Naast de collectie data van Neder-L bevat het digitale archief een divers aanbod van andere onderzoeksdata. Deze data is in de afgelopen jaren verzameld, gedigitaliseerd en beschreven. Binnenkort zal de metadata beschikbaar worden gesteld via de Europese infrastructuur CLARIN (Common Language Resources and Technology Infrastructure), zodat deze vergeleken kan worden met andere bronnen.

 

Een bijdrage van Lisette van Dinther en Douwe A. Zeldenrust. Voor meer informatie kunt u terecht bij Douwe Zeldenrust (Coördinator Onderzoekscollecties Meertens Instituut).