De scandeermachine

Datum
16 januari 2014

Marc van Oostendorp bouwde met hulp van de Koninklijke Bibliotheek een scandeermachine, waarmee je automatisch het ritme in Nederlandse teksten kunt bepalen. Hij onderzocht of er een voorkeursritme bestaat in gedichten en of dat is veranderd in de loop der tijd. De animatie legt uit hoe. De machine is nu ook voor andere onderzoekers beschikbaar.

Woensdag 15 januari presenteerde de taalkundige Marc van Oostendorp de resultaten van zijn onderzoek naar ritme in Nederlandse teksten. Van Oostendorp ontwikkelde als fellow Digital Humanities in de KB een 'scandeermachine' waarmee hij in grote hoeveelheden gedigitaliseerde teksten dat ritme automatisch kan laten bepalen.

De hartslag van het Nederlands

Het ritmegevoel voor onze moedertaal is volgens Van Oostendorp een van de diepste menselijke gevoelens: uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat pasgeboren kinderen al het ritme van hun moedertaal kunnen onderscheiden van dat van andere talen. Met zijn onderzoek in de KB wilde hij laten zien dat dit gevoel voor ritme ook terug te vinden is in allerlei geschreven teksten - van klassieke gedichten tot nieuwsberichten. Voor de analyse van zulke grote hoeveelheden teksten ontwikkelde Van Oostendorp een 'scandeermachine'. Bekijk de animatie hierover:

Zo ontdekte hij dat dichters uit alle tijden de neiging hebben om naar het eind van iedere versregel toe steeds regelmatiger te worden. De meeste dichters zijn zich van die neiging waarschijnlijk niet bewust, maar deze blijkt ook in werk uit heel andere tradities voor te komen.

Marc van Oostendorp

Prof. dr. Marc van Oostendorp (1967) is als hoogleraar fonologische microvariatie verbonden aan de Universiteit Leiden en als senior-onderzoeker aan het Meertens Instituut. Hij publiceert bijzonder veel over taal: artikelen, wetenschappelijke en populairwetenschappelijke boeken, blogs en columns, onder meer op Neder-L. In 1996 ontving hij voor zijn proefschrift de AVT/Anéla-prijs voor de beste Nederlandse taalkundige dissertatie van het voorafgaande jaar, de prijs van de taalwetenschappelijke verenigingen. Voor zijn populariserend werk kreeg hij in 2005 de oeuvreprijs van de Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap.

Eerste Digital Humanities fellowship

Het KB-fellowship is ingesteld in samenwerking met het NIAS (Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences) en brengt de mogelijkheden onder de aandacht die de collecties van de KB bieden voor onderzoek. Van Oostendorp was de eerste fellow Digital Humanities, die op uitnodiging van de Koninklijke Bibliotheek en het NIAS onderzoek deed met behulp van gedigitaliseerd tekstmateriaal. Eerdere fellows, onder wie Emmanuel Le Roy Ladurie, Robert Darnton, Jonathan Israel en Lisa Jardine, bestudeerden de papieren collecties.

Bron: Koninklijke Bibliotheek