13 april 2018

    NWO kent 13,8 miljoen euro toe aan CLARIAH PLUS

    NWO heeft 13,8 miljoen euro toegekend voor het ontwikkelen van CLARIAH PLUS, een digitale infrastructuur voor de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. Het Meertens Instituut maakt deel uit van het consortium achter de aanvraag. Op donderdag 12 april overhandigde minister Ingrid van Engelshoven een officieel certificaat aan Lex Heerma van Voss, directeur van het Huygens ING.

    De financiering van CLARIAH PLUS wordt mogelijk gemaakt door het NWO-programma Nationale roadmap grootschalige onderzoeksfaciliteiten, bedoeld voor de bouw of vernieuwing van onderzoeksfaciliteiten met een internationale uitstraling. CLARIAH PLUS is een nationale infrastructuur voor de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. Het is het enige consortium uit de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen dat is gehonoreerd. Alle overige consortia vallen in de categorie Bèta of Life. 

    Europese infrastructuur

    In de afgelopen vier jaar is door het consortium in het CLARIAH CORE-project de basis gelegd van de CLARIAH-infrastructuur. Omdat de CLARIAH-infrastructuur een integraal onderdeel is van de Europese CLARIN- en DARIAH-initiatieven speelt Nederland internationaal een vooraanstaande rol in de ontwikkeling van een Europese infrastructuur voor de geesteswetenschappen. Dankzij deze toekenning kan Nederland die rol in de komende jaren bestendigen en verder uitbouwen.

    CLARIAH CORE focuste speciaal op infrastructuur voor taalkunde, sociaal-economische geschiedenis en mediastudies. In CLARIAH PLUS worden de disciplines toegevoegd die teksten niet op de gebruikte taal, maar op de inhoud bestuderen, zoals letterkunde, geschiedenis, maar ook filosofie en theologie. Een groot aantal lopende projecten zal profiteren van deze nieuwe investeringen.

    Het consortium

    Het consortium achter dit project dat zich voor de komende tien jaar gecommitteerd heeft aan CLARIAH bestaat uit Huygens ING, het Instituut voor de Nederlandse Taal, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), de Koninklijke Bibliotheek, het Meertens Instituut, het Max Planck Instituut te Nijmegen en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

    Daarnaast participeren de volgende instellingen: Data Archiving and Network Services (DANS), Fryske Akademie, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Leiden University Centre for the Arts in Society (LUCAS), Nationaal Archief, Netherlands Institute of Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS), Netherlands eScience Center, Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Leiden, Universiteit Maastricht, Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit.

    Foto v.l.n.r. Martijn Kleppe, Julia Noordegraaf, Jan Odijk, Lex Heerma van Voss, Gertjan Filarski en Richard Zijdeman

    11 april 2018

    Nieuwsbrief april 2018

    In de nieuwsbrief van april een interview met Kees Grijpink, die in april afscheid neemt van het Meertens Instituut. Grijpink was 22 jaar lang hoofd van de audiostudio's van het Meertens Instituut en heeft duizenden uren aan geluidsopnames gedigitaliseerd.

    Verder kunt u lezen welke vragen Marjo van Koppen, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker aan het Meertens Instituut, kreeg bij haar bezoek aan een basisschool tijdens het evenement Meet the Professor. Ook meer over het project Stimmen fan Fryslân, waarin de meertaligheid van Friesland wordt onderzocht. De Vraag van de Maand zoomt in op de audiocollecties van het Meertens Instituut.

    foto: koker van een wasrol uit 1931

    9 april 2018

    Stimmen fan Fryslân: app herkent waar je als spreker van het Fries vandaan komt

    Het Meertens Instituut heeft meegewerkt aan Stimmen fan Fryslân, een project dat niet alleen de meertaligheid van Friesland onderzoekt, maar ook deelnemers interactief met deze meertaligheid laat spelen. Het project wordt geleid door Rijksuniversiteit Groningen. In Friesland kom je een enorme variatie aan gesproken talen tegen: Fries, Nederlands, Papiaments, Duits, Stadsfries, Stellingwerfs, zelfs Oost-Amelands, West-Amelands en nog veel meer. Door een grote diversiteit aan talen en dialecten is de provincie een voorbeeld voor hoe meertaligheid werkt in de rest van de wereld.

    Lees meer...
    8 april 2018

    'Heb je altijd een toga aan?' Taalkundeprofessor Marjo van Koppen op de fiets naar de basisschool

    Tijdens Meet the Professor stapten 140 professoren van de Universiteit Utrecht (UU) op 27 maart op de fiets naar basisscholen in Utrecht. Een echte professor in de klas, die je 'de toga' van het lijf mag vragen: de leerlingen van groep 6, 7 en 8 vonden het spannend maar vroegen de hoogleraar al gauw ook daadwerkelijk alles: 'Heb je altijd een toga aan?' Tegelijkertijd leerden de kinderen tijdens dit initiatief over wetenschap, onderzoek en de universiteit. Onze taalkundeprofessor Marjo van Koppen, verbonden aan de UU en het Meertens Instituut, stapte ook op de fiets en doet verslag:

    Marjo van Koppen, hoogleraar variatielinguïstiek van het Nederlands:

    Een van de voordelen van hoogleraar zijn aan de Universeit Utrecht is dat je mee mag doen met Meet the Professor. Het leek me altijd al leuk om naar een basisschool te gaan om de verwondering die ik heb over taal te delen met kinderen. Dat viel niet tegen.
     
    De kinderen ontdekten eerst door een spelletje dat het moeilijk is om een boodschap over te brengen zonder taal te gebruiken. Taal is, zo leerden zij, dus heel belangrijk voor mensen. Het is ook heel moeilijk om activiteiten te bedenken waarbij je geen taal gebruikt: zelfs als je droomt gebruik je taal. We bespraken waarom je taal zou bestuderen. De kinderen uit groep blauw van Arcade Montessori kwamen met prachtige redenen: om kinderen beter taal te leren, om te snappen hoe het kan dat sommige kinderen twee talen spreken voordat ze naar school gaan, om te zien wat dialecten nou eigenlijk zijn, om mensen met taalproblemen te helpen.

    Vervolgens keken we naar het verschil tussen dierentaal en mensentaal. Iedereen was het erover eens - het klonk zelfs als één mond - dat je moeder na je thuiskomst uit school meteen vraagt: 'Hoe was het op school?' De kinderen met een hond, poes of konijn wisten te vertellen dat de dieren wel kunnen zeggen hoe lief ze je vinden, dat ze honger hebben of naar buiten willen, maar nooit hoe het op school was.

    De verkenningstocht ging voort: om te ontdekken hoe rijk het Nederlands eigenlijk is, probeerden we zelf woorden te maken. Er ontstonden prachtige nieuwe woorden die de kinderen zelf hadden bedacht! Een pizzaraket (een raket gemaakt van pizza), boekennagellak (nagellak voor boeken), sterrensneeuw (sneeuw gemaakt van sterren) en kattenstaartencolasnoepjes (colasnoepjes in de vorm van kattenstaarten). De kinderen ontdekten al snel dat onze taal zich niet alleen goed leent om nieuwe woorden te bouwen, maar dat die woorden ook een patroon volgen: een pizzaraket is immers een soort raket en niet een soort pizza, en een kattenstaart is een soort staart en niet een soort kat. Het is het laatste woord dat bepaalt wat voor soort het nieuwe woord is. Een knappe ontdekking, die zelfs eerstejaarsstudenten bij Nederlands vaak pas voor het eerst horen.

    De kinderen hadden nog honderden andere vragen: Hoe lang ben je? Wat verdien je? Heb je altijd een toga aan? Zijn alle wetenschappers professoren? Als professoren onderzoek doen en studenten ook; wat is dan het verschil tussen die twee? Heeft u kinderen? Wilde u professor worden toen u klein was? Etcetera, etcetera. De kinderen waren razendenthousiast en deden enorm goed mee. Maar, onder het motto 'je kan ze helaas niet allemaal voor je winnen': Ik ontdekte ook een jongetje dat het uur beteuterd in een hoekje zat. Toen ik hem vroeg wat er was, antwoorde hij: 'Ik had liever een professor met ontploffingen gehad.' Hopelijk heeft een collega die volgend jaar voor hem in petto!

    Foto: Femke Niehof
     

    3 april 2018

    Vacature: Promovendus Populisme, Social Media en Religie

    Voor het project “Populisme, social media en religie” zoekt het Meertens Instituut een promovendus (m/v; 1,0 fte; 38 uur per week voor bepaalde tijd). Reageren kan tot 1 mei 2018. Klik hier voor meer informatie.