Hieronder staat een lijst met projecten van medewerkers van de onderzoeksgroep Nederlandse etnologie. Het gaat daarbij om projecten die intern gefinancierd worden en die door leden van de groep worden uitgevoerd. Een aantal van deze projecten is van langere, deels permanente duur.
Erfgoed van het verlies. Wederopbouwboerderijen en de culturele omgang met verwoesting en verlies in de Tweede Wereldoorlog
Coördinatoren: Sophie Elpers M.A.
Medewerkers: idem
Looptijd: 2009-2011
Korte beschrijving:
De architectuur uit de wederopbouwperiode (1940-1965) is sinds enige tijd een veel besproken aandachtsgebied. De gebruiks- en belevingsaspecten van deze architectuur zijn tot nu toe echter buiten beeld gebleven. Het promotieonderzoek voorziet in deze leemte. Het stelt niet het object centraal, maar de omgang ermee.
Terwijl in het kader van de wederopbouw juist op het platteland enorme ingrepen hebben plaatsgevonden, is er nauwelijks aandacht besteed aan de boerderijen. In een eerste fase richt het onderzoek zich op de wederopbouw van de meer dan 8000 boerderijen die in de oorlog verwoest werden. Vervolgens wordt de omgang met en het leven in de nieuwe wederopbouwboerderijen behandeld. Daarbij wordt vooral gekeken welke betekenissen de voorgeschiedenis heeft die bepaald is door verwoesting van de oude boerderijen en het oude land. De focus ligt op het fenomeen verlies als culturele en theoretische categorie.
Sinterklaas en Santa Claus in Nederland. Winterse feestcultuur en nationale identiteit, 1850 heden
Coördinatoren: dr. J.I.A. Helsloot
Medewerkers: idem
Looptijd: 2007-2010
Korte beschrijving:
Een van de momenten waarop veel Nederlanders zich ervan bewust zijn vorm te geven aan Nederlands cultureel erfgoed is tijdens het sinterklaasfeest. Dit neemt niet weg dat Kerstmis tegenwoordig in Nederland als het belangrijkste feest van het kalenderjaar beschouwd wordt. Doel van dit project is het schrijven van een Engelstalige monografie over de complexe verhouding tussen de betekenissen van beide winterfeesten vanaf ongeveer het midden van de 19e eeuw tot heden, niet alleen in Nederland zelf, maar ook in de toenmalige koloniën. Leidende vraag daarbij is hoe de constructie en beleving van nationale identiteit zich verhouden tot concurrerende mechanismen van betekenisgeving en identiteitsvorming, zoals percepties van buitenlandse feestcultuur en van de invloed van de commercie, van stedelijke en plattelandscultuur, de cultuur van de verschillende confessionele denominaties en van maatschappelijke lagen en van de cultuur van nieuwe Nederlanders.
Traditie en vernieuwing in de Nederlandse liedcultuur
Coördinatoren: prof. dr. L.P. Grijp
Medewerkers: idem
Looptijd: 2002-2010
Korte beschrijving:
Dit project onderzoekt het concept Van Hadewijch tot Hazes, waarmee is bedoeld dat er van de Middeleeuwen tot het heden een doorgaande lijn is te trekken van een liedcultuur waarin zangers en luisteraars enerzijds nieuwe liederen maken, presenteren en consumeren, en anderzijds oude liederen hernemen, veranderen of van nieuwe betekenissen voorzien.
Verhaalrepertoires en vertelcultuur
Coördinatoren: dr. Th. Meder
Medewerkers: idem
Looptijd: 1994-2014
Korte beschrijving:
Onderzoek naar de vertelcultuur in Nederland, en naar de verhaalrepertoires van individuele personen en van groepen in de huidige (multiculturele en pluriforme) samenleving.
DOC Volksverhaal i.o.
Coördinatoren: dr. Th. Meder
Medewerkers: Ruben Koman, Marianne van Zuijlen, Ineke Meijer, Tineke Tegelaars, Maarten van der Peet
Looptijd: 2006-
Korte beschrijving:
Het DOC Volksverhaal documenteert en onderzoekt volksverhalen en vertelcultuur in Nederland in heden en verleden, in het bijzonder in de mondelinge overlevering. De documentatie behelst het verzamelen, vastleggen, archiveren en via de Nederlandse Volksverhalenbank digitaal ontsluiten van verhalen en vertel¬gele¬gen¬heden. Het onderzoek bestudeert de variabiliteit van volksverhalen en vertelcultuur in de traditie, en richt zich daarbij met name op de functie en betekenis van verhalen en vertellen.
Onder volksverhalen worden sprookjes, sagen, legenden, raadsels, moppen, kwispels, broodjeaapverhalen en persoonlijke vertellingen verstaan. Het gaat om verhalen die voor kortere of langere tijd in de orale traditie hebben gecirculeerd onder groepen mensen al wordt de samenhang met de schriftelijke traditie en de beeldlore niet uit het oog verloren. Bij het onderzoek naar functie en betekenis van verhalen en vertellen is ook onderzoek naar identiteit, etniciteit, zingeving, toe-eigening, beleving, verbeelding en volksgeloof inbegrepen.
Nederlandse Volksverhalenbank
Coördinatoren: dr. Th. Meder
Medewerkers: Ruben Koman, Marianne van Zuijlen, Ineke Meijer, Tineke Tegelaars, Maarten van der Peet
Looptijd: 1994-
Korte beschrijving:
De Nederlandse Volksverhalenbank biedt een geavanceerde manier van archiveren en ontsluiten. We hebben alleen al in het Meertens archief vele duizenden verhalen in archiefdozen liggen, maar niemand weet waar specifieke verhalen te vinden zijn. Door de veelzijdige zoekmogelijkheden zijn de verhalen in de database eenvoudig terug te vinden. Daarnaast is de Volksverhalenbank een onderzoeksinstrument: het is daarbij geen doel, maar wel een middel. Voor talloze lezingen en artikelen heeft de Volksverhalenbank het basismateriaal geboden.
In het kader van de huidige ICT-koers van de KNAW lijkt het ook opportuun geworden om de database verder te gaan automatiseren op het punt van tekstherkenning en catalogisering.
Vanaf 2009 wordt ook gewerkt aan een internationale versie van de Volksverhalenbank, te presenteren op het congres van de ISFNR (International Society for Folk Narrative Research).
Communities Claiming Tales: Lokale Verhalen
Coördinatoren: dr. Theo Meder
Medewerkers: R.A. Koman, Marianne van Zuijlen, (Marie van Dijk), Willem de Blécourt
Looptijd: 2006-2010
Korte beschrijving:
Het wetenschappelijke project waraan het DOC Volksverhaal in de planperiode 2006-2010 werkt heet Communities Claiming Tales. Het onderzoek is daarbij steeds gericht op het toe-eigenen en opeisen van volksverhalen door groepen in de Nederlandse samenleving. Het kan hier gaan om steden of dorpen, die zich met een volksverhaal proberen te profileren, zoals Hulst met de fabelstof van Reinaart, Terneuzen met de sage van de Vliegende Hollander, Terschelling met de sage van het Stryper Wyfke en Beesel met de legende van Sint Joris en de draak. Het verhaal kan toeristisch worden uitgebaat, maar ook een rol spelen in de afbakening van de eigen identiteit, waarbij processen van in- en uitsluiting een rol kunnen spelen. Overigens worden verhalen ter zelfprofilering niet alleen geclaimd, maar soms ook aangepast of zelfs verzonnen. In sommige gevallen eisen rivaliserende gemeenschappen hetzelfde verhaal op (bijvoorbeeld de sage van Kiste Trui door Mook en Middelaar) en ontstaan er wrijvingen.
Naar het claimen en inzetten van volksverhalen deed stagiaire Saskia van Oostveen (UU) in het eerste jaar onderzoek, en in augustus 2007 wijdde zij er een uitstekende masterscriptie Cultureel Erfgoed aan, getiteld: Kiste Trui, Amersfoortse Keientrekkers en de Peelkabouters van Horst. Het claimen van volksverhalen door gemeenten en de rol van identiteit.
Ook etnische groepen kunnen verhalen claimen: Creoolse Surinamers en Antillianen claimen Anansi, Nasreddin Hodja is van de Turken, en Kantjil van de voormalige Nederlands-Indiërs. Tot slot laten zich ook religieuze groepen onderscheiden die hun claims leggen op verhalen (denk aan heiligenlegenden, bekeringsverhalen of sagen over satanisme). Alle geclaimde verhalen kunnen steeds op de één of andere manier als identiteitsbepalend worden geïnterpreteerd.
Het onderzoek naar geclaimde volksverhalen resulteert (naast kleine populaire deelstudies in het tijdschrift Vertel eens
) in 2009 in een studie en overzichtswerk getiteld Lokale Verhalen. Dit boek zal worden uitgegeven bij Bert Bakker; redacteurs en voornaamste auteurs zijn Theo Meder, Ruben Koman, Jurjen van der Kooi en Willem de Blécourt. Voorts zijn de volgende auteurs bereid gevonden om één of meer bijdragen te leveren aan het boek: Oscar Strik (DOC Volksverhaal), drs. Marie van Dijk (DOC Volksverhaal), Marianne van Zuijlen (DOC Volksverhaal), dr. Ludo Jongen (RUL), drs. Peter Burger (RUL), prof. dr. Fred van Lieburg (VU), drs. Minke Priester (Breda) en prof. dr. Eric Venbrux (RUN).
Strategische en informele modellen van heiligheid: gepersonaliseerde heiligheid aan het begin van de 21e eeuw
Coördinatoren: dr. P.J. Margry
Medewerkers: idem
Looptijd: 2000-2010
Korte beschrijving:
Onderzoek naar de variatie in formele en informele heiliging en, in relatie daarmee, de meer formele heiligingsprocessen binnen de rooms-katholieke kerk en de daarmee samenhangende strategieën aan het einde van de 20e en het begin van de 21e eeuw. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot een steeds bredere tendens naar informele en niet-confessionele heiliging, toe-eigening en persoonlijke zelfheiliging in de samenleving, en wat is daarbij de betekenis van de rol van niet-confessionele heilige personen en martelaren? Het onderzoek is gericht op heiligen en geheiligde idolen en personen in het algemeen, en in Nederland in het bijzonder.
Theorie en geschiedenis van de etnologie (2005-2010)
Coördinatoren: prof. dr. H.W. Roodenburg
Medewerkers: wisselend
Looptijd: 2005-2010
Korte beschrijving:
Naast de projecten die direct verbonden zijn met de verschillende aandachtsgebieden schrijven verschillende medewerkers regelmatig artikelen of houden lezingen op het gebied van de theorie of geschiedenis van de etnologie.
Culture wars (1995-2010)
Coördinatoren: dr. P.J. Margry
Medewerkers: idem
Looptijd: 2005-2010
Korte beschrijving:
Onderzoek naar de culture wars, zoals die in de 19e en eerste helft 20e eeuw gestalte kregen in Nederland en ook in de rest van Europa. Het betreft hier een koepel voor het onderzoek dat is begonnen voor en mede voortvloeit uit het proefschrift Teedere Quaesties van P.J. Margry uit 2000.
Hedendaagse feestcultuur in Nederland
Coördinatoren: dr. I.L. Stengs
Medewerkers: idem
Looptijd: 2002-2008
Korte beschrijving:
Onderzoek naar 'Hedendaagse feestcultuur in Nederland', waarbij Nederland als een multi-etnische en multiculturele samenleving als uitgangspunt wordt genomen. Doelstelling van het project is de publicatie van een gelijknamige reeks, waarin in ieder afzonderlijk deel vanuit het perspectief 'feest en ritueel' naar een bepaald aspect van de Nederlandse samenleving zal worden gekeken. In elk deel zal een specifieke categorie feesten of een specifieke categorie feestvierders centraal staan. Door middel van etnografische beschrijvingen en analyses van feesten en rituelen zullen relevante maatschappelijke, historische en culturele ontwikkelingen aan de orde worden gesteld en zullen de betrokken gemeenschappen en groepen op een originele manier op de kaart worden gezet. De bijdragen kunnen zowel over religieuze feesten, levensloopfeesten, politieke feesten als festivals gaan: waar het om gaat is dat de gekozen feesten of rituelen op een cruciale manier betekenisgevend zijn in het leven van de participanten, en dat duidelijk wordt hoe aan deze vieringen invulling wordt gegeven.
Historische feestcultuur in Nederland
Coördinatoren: dr. J.I.A. Helsloot
Medewerkers: drs. E. Doelman
Looptijd: 2000-2008
Korte beschrijving:
Onderzoek naar de veranderingen in de feestcultuur in Nederland. In dit project wordt de viering van, vooral nationale, kalenderfeesten geplaatst in historisch perspectief (vanaf eind 18e eeuw tot heden). De probleemstelling betreft een aspect van de feestcultuur: het impliciete of expliciete streven van (belangen)groepen, dat met name sinds de tijd van de Verlichting sterk lijkt toe te nemen, om jaarlijks terugkerende feesten te instrumentaliseren ten bate van bepaalde ideële doelstellingen. Deze problematiek wordt onderzocht aan de hand van een tweetal onderscheiden soorten kalenderfeesten of elementen daarvan, waarin het aspect ideologie aanwezig is: enerzijds de (feest)dagen in het teken van een bepaald idee of ideaal (zoals moederdag, dierendag) en anderzijds feesten waarbij figuren uit de pedagogische lagere mythologie van
de burgerij (paashaas, Zwarte Piet, kerstman) een rol spelen.
Kleedgedrag en lichamelijkheid in Nederland, 1850 tot heden
Coördinatoren: prof. dr. H.W. Roodenburg
Medewerkers: idem
Looptijd: 2002-2007
Korte beschrijving:
Het project richt zich op de Nederlandse samenleving vanaf circa 1850 tot heden, waarbij in de eerste plaats de vervlochtenheid van kleedgedrag en dagelijkse omgangsvormen, zoals ze gepraktiseerd werden en worden onder de hogere klassen, zal worden getraceerd aan de hand van uiteenlopende bronnen. Hoe werd en wordt men geacht zich letterlijk en figuurlijk in deze kringen te bewegen en aan welke bewuste en onbewuste modellering is het lichaam, ter distinctie van lagere maatschappelijke groeperingen als boeren en arbeiders onderworpen? Wezenlijk hierbij zijn elementen van habitus, performativiteit en beeldcultuur.
Liedblad en smartlap: de populariteit van het populaire lied
Coördinatoren: prof. dr. L.P. Grijp
Medewerkers: drs. M.J. De Bruijn
Looptijd: 2001-2006
Korte beschrijving:
Dit promotieonderzoek behandelt de positie van enkele vormen van het populaire lied in Nederland - de smartlap en het levenslied - en de factoren die daarbij een rol spelen. Het onderzoek richt zich met name op de late 19e en de 20e eeuw. Twee centrale foci zijn: de omslag aan het einde van de 19e eeuw van volksvermaak naar amusementsindustrie, en de jaren negentig van de 20e eeuw toen de culturele elite de smartlap omarmde. Centraal staat de herkomst van de betrokkenen, de performance (het samenspel van zanger en publiek) en de attitude van de betrokkenen en buitenstaanders. Er wordt zowel naar de professionele zangers als naar het circuit van amateurs gekeken. Het onderzoek spitst zich toe op de amateuristische zangcultuur (smartlappenkoren) en daaraan gerelateerde verschijnselen als smartlappencafés, -competities, etc.
Detraditionalisering en normalisering van nieuwe vormen van religiositeit in de hedendaagse Nederlandse samenleving
Coördinatoren: dr. P.J. Margry, prof. dr. F. Hüskens (KUN), dr. T. Scheepers (KUN)
Medewerkers: dr. M. Ramstedt
Looptijd: 2001-2006
Korte beschrijving:
Het onderzoek bestaat uit een algemeen, meer theoretisch, historisch-sociologisch gedeelte en een empirisch gedeelte. Het algemene onderzoek is gericht op het proces van detraditionalisering van de Nederlandse samenleving vanaf het einde van de 19e eeuw tot heden, en de daarmee in verband staande opkomst en geleidelijke normalisering van nieuwe vormen van religiositeit. Betoogd wordt dat de nieuwe, alternatieve spiritualiteit elementen bevat die erop gericht zijn de individuele verbeeldingskracht te stimuleren en te leiden, zodat het persoonlijke verhaal (narrative) en een bepaald spiritueel verhaal mentaal samengevoegd worden en leiden tot een re-sacralisering van de persoonlijke belevingswereld. Het empirisch onderzoek richt zich op nieuwe vormen van religiositeit die in de huidige detraditionalisering van de Nederlandse samenleving naar voren komen: het neo-paganisme, met name moderne hekserij, en alternatieve spiritualiteit binnen het moderne management. Ze wijzen op een zekere normalisering van alternatieve religiositeit binnen de hedendaagse Nederlandse samenleving.
|