| Nageboorte van het paard |
De nageboorte van het paard verwierf nationale bekendheid door de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil. Volgens oud volksgebruik werd de nageboorte van het paard in een boom gehangen of begraven. Men geloofde dat het geboren veulen hier sterker van werd. Voor de liefhebbers: een stukje terug in de tijd...
De hoofdpersoon in Het Bureau is Maarten Koning, die in 1957 aangesteld wordt op het Volkskundebureau, dat in die tijd samen met het Dialectenbureau en het Naamkundebureau, één instituut vormt. Pas in 1979 krijgt het de naam P.J. Meertens Instituut. De vierde aflevering van de Atlas is een geval apart. De hele aflevering bestaat uit één kaart met 107 bladzijden aan commentaar geschreven door Voskuil, of zijn alter ego Maarten Koning. De kaart draagt de titel "Het ophangen van de nageboorte van het paard". De gegevens voor deze kaart werden in 1957 door Voskuil verzameld. Volgens jaarlijks gebruik werd vanuit het Bureau een vragenlijst verzonden naar een grote groep correspondenten. Eén van die vragen ging over de nageboorte van het paard. De kaart die Voskuil vervolgens tekende aan de hand van de binnengekomen vragenlijsten, vertoonde een duidelijke geografische scheidslijn. Terwijl het grootste deel van Nederland de nageboort ophing (meestal in een boom), werd hij in het zuidoosten van het land begraven. Over het waarom van deze gebruiken deden verschillende verhalen de ronde. In de Volksverhalenbank zijn nog verschillende verklaringen te lezen:
Dat deze gewoonte nog steeds leeft in sommige delen van Nederland blijkt uit onderstaande foto, ingestuurd door een mevrouw uit Westdorp, Drenthe.
Literatuur: tekst van J. Goossens |
De nageboorte van het paard verwierf nationale bekendheid door de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil. Volgens oud volksgebruik werd de nageboorte van het paard in een boom gehangen of begraven. Men geloofde dat het geboren veulen hier sterker van werd. Voor de liefhebbers: een stukje terug in de tijd...
