Artikelen

Januari 2013: Waarom gebruiken we in Nederland het woord zwager en niet schoonbroer, terwijl we wel schoonzus zeggen?

Waarom gebruiken we in Nederland het woord zwager en niet schoonbroer, terwijl we wel schoonzus zeggen?

 
Het antwoord wordt gegeven door Nicoline van der Sijs, senior onderzoeker Variatielinguïstiek.
 
In Nederland is zwager het normale woord, hoewel schoonbroer ook wel gebruikt wordt. In België is het precies andersom: daar spreekt men meestal van schoonbroer. Waar komen deze woorden vandaan? En hoe is het verschil tussen België en Nederland te verklaren?
           
In de middeleeuwen was zwager de gewone Nederlandse benaming. De betekenis van het woord was toen ruimer dan tegenwoordig: men duidde er iedere aangetrouwde verwant mee aan, dus niet alleen een schoonzoon maar ook een schoonbroer en een schoonvader. De vrouwelijke pendant was zwagerin.

Eind vijftiende eeuw kwamen de woorden schoonbroer en schoonzus op, en ook andere aangetrouwde familieleden ging men aanduiden met schoon-: schoondochter, schoonzoon, schoonmoeder, schoonvader. Dit gebruik is afkomstig uit Frankrijk. In Franse hofkringen gebruikte men het bijvoeglijke naamwoord beau ‘schoon, mooi’ om iemand beleefd mee aan te spreken, bijvoorbeeld beau sire ‘geachte heer’, bel ami ‘goede vriend’. Uit respect en affectie voor aangetrouwde familieleden ging men ook deze aanspreken met beau, en dus noemde men een schoonbroer een beau-frère en een schoonzus een belle-soeur. Voor de hogere standen in Nederland en België gold het Franse hof als lichtend voorbeeld. Ze vertaalden de Franse namen letterlijk in het Nederlands en kwamen zo op de benamingen schoonbroer en schoonzus.

Die namen zijn dus vanuit Frankrijk verbreid over België en Nederland. In de 15e en 16e eeuw, toen dit gebeurde, was de invloed van het Frans in het zuiden van het Nederlandse taalgebied groter dan in het Noorden. En dat verschil zien we tot op heden: in België, maar ook in het zuiden van Nederland, is de oorspronkelijke, inheemse benaming zwager grotendeels vervangen door de jongere Franse leenvertaling schoonbroer, terwijl in het noorden zwager heeft standgehouden.

Dit zien we ook in de Nederlandse dialecten. Er bestaat geen dialectkaart van ‘schoonbroer’, maar in de Dialectatlas van het Nederlands, die in 2011 onder mijn redactie is verschenen, heeft Jan Stroop de volgende kaart van ‘schoonzus’ opgenomen:

 
Uit de kaart blijkt dat in de Vlaamse dialecten vrijwel uitsluitend schoonzus(ter) wordt gezegd, terwijl in Brabant en Limburg het oorspronkelijke zwagerin bewaard is gebleven. Verder wordt snaar gebruikt in Noord- en Zuid-Holland, in Groningen, Drenthe en Friesland. Snaar of snaartje is een oud inheems woord voor ‘de echtgenote van je broer’: in ouder Nederlands en ook in de dialecten bestonden verschillende woorden voor ‘de zus van je man of vrouw’ (schoonzus) en ‘de vrouw van je broer’ (snaar of zwagerin). De familie van die laatste is geen familie van jou. Het onderscheid werd tot in de 18de eeuw gemaakt. Zo treden op 05-02-1694 in Leiden als getuigen bij een ondertrouw op ‘haar schoonzuster Catlijn le Cler en haar snaar Lijsbeth Arnecke’. Tegenwoordig is het onderscheid echter verdwenen: schoonzus, zwagerin en snaar worden zowel voor ‘de zus van je man of vrouw’ als voor ‘de vrouw van je broer’gebruikt. Als je wat lelijks wilt zeggen over aangetrouwde familie, zeg je: “Ze zijn van de koude kant.” Killer kan haast niet.

______________________________________________________

Ook een vraag voor de nieuwsbrief van het Meertens Instituut? Mail de redactie.

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (januari 2013). Ook abonnee worden? Klik hier