Geschiedenis van de grammofoonplaat

1889  -  In Europa en in 1894 in de USA – Emile Berliner demonstreert een platte 7" schijf  gemaakt van gevulkaniseerd rubber met een gesneden groef. De plaat heeft een capaciteit van 2 minuten en heeft een snelheid van 30 RPM. Dit is de eerste maal dat er door middel van een zinken "matrijs" platen in massaproductie gemaakt worden.

Van 1889 tot eind 1925 maakt de grammofoonplaat een grote ontwikkeling door mede door de in 1925 bij AT&T's Bell Lab ontwikkelde manier om elektronische geluidsopnamen te maken met gebruik van een microfoon.

1929  -  Edison komt met de diamond disc dit is de eerste grammofoonplaat vervaardigd van een synthetisch materiaal met o.a. Phenol. Phenol werd ook gebruikt voor de vervaardiging van "bakeliet" en dit is dan ook de reden dat ze "bakelietplaten" worden genoemd.

1929  -  De in 1929 door RCA uitgebrachte transcription disc van cellulose acetaat word de standaard transcriptie disc voor veel radiostations. Als in 1948 de eerste professionele bandrecorders hun intreden doen verliest de transcription disc langzaam terrein. Je komt ze echter nog tot begin jaren 60 tegen bij de radiostations.

1931  -  In 1931 doet RCA een poging om een plaat van vinyl plastic "Vitrolac" op de markt te brengen. Deze plaat had volgens opgave van de fabrikant een "professionele" snelheid van 331/3 RPM, maar de consument hield vast aan zijn 78RPM platen.

1948  -  Columbia introduceert de eerste 12" op 331/3 RPM van vinyl met een microgroefen een capaciteit van 23 minuten muziek. Deze techniek is in 1947 ontwikkeld door Peter Goldmark, voor het afspelen van deze platen werd gebruik gemaakt van "Philco" platenspelers.

1949  -  In 1949 komt RCA Victor met de 7", 45 RPM Extended Play (EP) op de markt, ook deze grammofoonplaat maakt gebruik van het microgroef systeem. In dat jaar is Capitol de eerste maatschappij die platen uitbrengt op alle 3 (78, 331/3 en 45RPM) de snelheden.

1951  -  In 1951 komt er een eind aan wat de geschiedenis is ingegaan als de "war of the speeds". En maakt elke maatschappij het 7" formaat op 45RPM en het  12" formaat op 331/3RPM.

1958  -  Men komt een standaard overeen voor de stereo LP, dit betekend tevens het einde van het tijdperk van de 78 toeren plaat in Amerika en Europa. In de rest van de wereld was dit echter nog niet het geval en zo zijn bijvoorbeeld een aantal grammofoonplaten uit de beginperiode van The Beatles door EMI India nog op 78RPM uitgebracht. Pas in het midden van de jaren 60 verschijnt de stereo 7" single.