In mijn jeugd – jaren veertig/vijftig in Dordrecht – noemde ik mijn ene grootmoeder ‘oma’ en de andere ‘opoe’. Ik vraag me nu af of dat verschil regionaal is bepaald dan wel iets te maken heeft met standsverschil?

Dr. A. Hoeflaak

Het antwoord wordt gegeven door Marc van Oostendorp


In veel Nederlandse families komen zowel oma's als opoes voor: voor zover er sprake is van regionale en sociale verschillen, zijn deze heel onduidelijk, al is opoe misschien iets volkser en iets meer voorbehouden aan het westen van het taalgebied.



De taalgeleerden gaan er over het algemeen van uit dat opoe oorspronkelijk een kinderlijke vervorming is van grootmoeder: de gr aan het begin en der aan het einde zouden dan zijn weggevallen. Bovendien zouden de t en de m in het midden zijn samengevallen tot één klank, de p. Dat zijn nogal veel veranderingen, maar al dit soort dingen gebeuren inderdaad in kindertaal – ook nu nog steeds.

Oma zou op dezelfde manier zijn ontstaan, maar dan uit grootmama. Vanwege dat mama denken sommige geleerden dat dit dan een voorbeeld is van invloed uit het Frans. Voor de Franse tijd vinden we nooit mama – maar tegelijkertijd is dat natuurlijk een vorm die zelf ook heel makkelijk in kindertaal kan ontstaan. Op heel veel plaatsen op de wereld roepen kinderen om hun mama, ook al heeft niemand in die streken ooit een Fransman gezien. Als oma indirect uit het Frans komt, is het daarom misschien wat deftiger. Opoe heeft bovendien voor sommige mensen de bijklank van de uitdrukking 'opoe hebben', dat wil zeggen: menstrueren.

Grappig is dat er voor grootvaders maar één woord bestaat: opa. Dat komt doordat grootvader en grootpapa, op de kinderlijke manier vervormd, allebei tot hetzelfde resultaat leiden.