Canonisering & Canon van kerkliedtradities

Een intrigerend voorbeeld van culturele verandering (en stabiliteit) is het ontstaan van culturele canons. Canons van bijvoorbeeld literatuur (wat zijn de 'invloedrijkste' romans), filosofie (wat zijn de 'grootste' denkers?), volksverhalen (wat zijn de 'populairste' sprookjes?), of geschiedenis (wat zijn de 'belangrijkste' gebeurtenissen?) worden verondersteld als referentiekader van een gedeelde cultuur. 

Het ontstaan van canons wordt doorgaans opgevat als een proces geleid door twee interagerende factoren: (1) acclamatie van de culturele elite (uitgevers, vertalers, critici), en (2) wijdverspreide populariteit in een gemeenschap. Over de precieze werking alsook de interactie van deze factoren bestaan echter nog veel vragen.[1]

Met behulp van computationele modellen van culturele verandering probeert het liedonderzoek van het Meertens Instituut een concreter en exacter beeld te krijgen van de dynamieken en mechanismen die aan de basis liggen van canonvorming in lied en muziek. Onderzoek naar (het ontstaan van) canons is van belang voor een beter en fundamenteler inzicht in kwesties als gedeelde normen en waarden, regionale eigenheid en nationale identiteit, en brengt verschillende wetenschappelijke disciplines (zoals musicologie, etnologie, geschiedenis, literatuurwetenschap) samen. Ook hier is een verbindende rol weggelegd voor computationele modellen van culturele verandering waarmee (door noodzakelijke abstractie en simplificatie) de algemene en fundamentele principes van canonvorming in kaart gebracht kunnen worden.

Daarnaast wordt via kwalitatieve methodes etnografisch onderzoek gedaan naar canonvorming, en wel specifiek op het gebied van de kerkliedtradities. In de loop der eeuwen heeft met name de protestantse kerk zich opgesplitst in verschillende denominaties. Bij elke ‘bloedgroep’ hoorde een eigen canon aan gezangen en een specifieke wijze van zingen, die bepalend zijn geworden voor de eigen identiteit. De diverse tradities botsen nog tot op de dag van vandaag. Onderzoek zal worden gedaan naar hoe kerkliedtradities bepalend zijn voor de eigen groepsidentiteit, en hoe de manier van zingen aanleiding kan geven tot onderlinge conflicten.

Onderzoekers: Folgert Karsdorp, Peter van Kranenburg