Maritieme en continentale oriƫntatie

Verhoogde maritieme circulatie heeft niet alleen zijn weerspiegeling in materiële en economische geschiedenis, maar ook van talige geschiedenis. Deze talige geschiedenis is uitgekristalliseerd in de overeenkomsten en verschillen in de huidige taalvariëteiten: maritieme isoglossen. We onderzoeken dit (in ieder geval) aan de hand van Nederlandse en Duitse variëteiten. 

Oudere verbanden en nieuwe verbanden zijn naast elkaar aanwezig en te herkennen in de bijzondere loop van isoglossen, lexicale isoglossen, en diepe morfosyntactische isoglossen. Vele vragen doemen op: wat triggert de overgang van de maritiem naar continentaal? Wat zijn de sociale en taalkundige gevolgen? Als werkhypothese is dat omklappen van maritiem naar continentaal op lokale schaal gepercipieerd wordt als "volksverhuizing" (migratie). Het omklap-model is mogelijk uitbreidbaar naar moderne migratiestromen van (Noord-)Afrikanen naar Europa.

Gertjan Postma, Frans Hinskens