Gender marking in de Nederlandse dialecten

Er is veel variatie en verandering in hoe het Nederlands en zijn dialecten gender markeren. De Brabantse dialecten hebben bijvoorbeeld van origine een drie-gendersysteem, maar in de huidige situatie van deze dialecten zien we een grote hoeveelheid variatie op dit punt.

Taalcontact in onze dynamische en snel veranderende maatschappij heeft geleid tot convergentie van de Brabantse dialecten naar de standaardtaal met dialect levelling en dialectverlies tot gevolg. In een pilot-studie die we hebben uitgevoerd zien we echter dat de gendermarkeringen in sommige contexten minder worden gebruikt, maar in andere ook juist vaker: sprekers gebruiken markeringen waar dat in het originele dialect niet mogelijk was en creëren zelfs nieuwe markeringen. Deze variatiepatronen tussen en binnen sprekers van hetzelfde dialect zijn een directe aanwijzing voor een taal die aan het veranderen is. Samen met Jos Swanenberg (TiU) wordt deze variatie en verandering in de Brabantse dialecten onderzocht om zo een beter inzicht te krijgen in de meer algemene processen die ten grondslag liggen aan taalvariatie en -verandering. We bekijken in dit onderzoek zowel de taalstructuren als de sociale, stilistische of culturele invloeden op variatie en verandering en we brengen die ook met elkaar in verband om zo de dynamische interactie tussen taalsysteem en taalgebruik bij verandering en variatie op het spoor te komen. 

Onderzoekers: Marjo van Koppen, Leonie Cornips, Gertjan Postma